Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ambtenaar, die (geheel of gedeeltelijk) gelijktijdig in - verschillende betrekkingen werkzaam was, ziet zijn aanspraak op en het bedrag van zijn pensioen bepaald, alsof hij al zijn diensten slechts in één ambt bewezen had. In art. 50 lid 3, en art. 52 is deze grondgedachte neergelegd. Ook in gevallen, waarin zulks thans niet geschiedt, worden gelijktijdig genoten grondslagen bijeengevoegd en komen gelijktijdig vervulde dienstjaren slechts éénmaal in aanmerking.

De aanspraak op en het bedrag van het pensioen wordt bepaald door den totalen (aaneengesloten of onderbroken) diensttijd en door de som der onderscheiden gelijktijdig genoten pensioensgrondslagen, niet door de afzonderlijke diensttijden en grondslagen, aan elk ambt op zich zelf verbonden (artt. 43, 50 en 52). Deze oplossing is zoo vrijgevig mogelijk. Om ongewenschte complicaties te voorkomen, stelt zij den ambtenaar met onderscheiden betrekkingen in principe aan den ambtenaar met ééne functie gelijk, en laat zij, eveneens in beginsel, bijeenvoeging van op elkander volgende diensten toe. De wensch naar vereenvoudiging mag echter niet tot overbevoordeeling van den ambtenaar voeren. Daarom brengt het ontwerp een paar beperkingen aan.

Vaak gebeurt het, dat een ambtenaar die meer betrekkingen bekleedt, niet al zijne ambten tegelijk opgeeft. Dan gaat het niet aan bij de regeling van zijn pensioen ook te rekenen met de diensten, bewezen in de betrekkingen die hij voor het vervolg nog -aanhoudt. Aanspraak op pensioen kan. men toch alleen doen gelden ter zake van diensten, in verlaten betrekkingen gepresteerd. Daarom blijven bij de samenvoeging van (opeenvolgende) diensttijden en van gelijktijdige grondslagen de aan de aangehouden betrekkingen verbonden diensttijden en grondslagen buiten aanmerking. Als een ambtenaar eerst 10 jaar in betrekking A (f 500) werkzaam was, en daarna ten deele gelijktijdig 20 jaar in B (f 1500) en 15 jaar in O (f 1000) dient, ontvangt hij bij ontslag op vijfenzestigjarigen leeftijd uit 0 (met aanhouding van B) dus slechts 10 -f-15 = 25 maal f 20, d. i. f 500 pensioen (art, 57).

Eene tweede uitzondering betreft den ambtenaar, die terzelfder tijd uit twee of meer betrekkingen wordt ontslagen. Er zijn gevallen waarin hij pensioen zou kunnen krijgen, ook al was hij slechts uit één dier betrekkingen, onverschillig welke, ontslagen. Dan bestaat er niet het minste bezwaar de grondslagen en diensttijden dier ambten op de aangegevene wijs met vroegere diensttijden en grondslagen te vereenigen. Waarom zou de 65-jarige ambtenaar die lang geleden 15 jaar in A (f 600) en in den laatsten tijd 5 jaar in B (f 800) en tevens 5 jaar in 0 (f 800) diende, niet 15 -f- 5 = 20 X 2% van f 1600, d. i. f 640 pensioen krijgen, als hij tezelfder tijd B en C verlaat? Indien men bij zijn diensttijd in B of C dien van A voegt, zijn immers ten aanzien van beide betrekkingen (B en C) de voorwaarden voor pensionneering vervuld. Maar gesteld eens dat die ambtenaar nog niet 65 jaar is en dat hij, na 5 jaar dienst, uit B op grond van ongeschiktheid door ziekte en uit 0 op eigen verzoek ontslagen wordt. Nu mag men hem niet vergunnen ook de in C bewezen diensten in rekening te brengen (art. 58), want als hij niet uit B ontslagen was, zou hij in het geheel geen aanspraak op pensioen gehad hebben (art. 43 lid 1). Daarom zal in dit geval het pensioen niet 15-4-5 = 20 maal 2% van f1600, maar slechts 20 maal 2% van f 800 bedragen. Ook op de berekening van den diensttijd kan art. 58 uiteraard invloed oefenen. De ambtenaar heeft b.v. in B slechts 3 en in C 5 jaar gediend. Zijn pensioen zal, bij ontslag uit B, dan slechts 15-4-3 = 18 maal 2% van f 800 beloopen.

Ingevolge artt. 57 en 58 kunnen dus bij de regeling van een pensioen de aan een of meer betrekkingen verbonden diensttijden en grondslagen buiten aanmerking blijven. Een gepensionneerde kan echter nog nieuwe diensten bewijzen, hetzij in aangehouden, hetzij in nieuw verworven ambten.. Op grond van al die diensten moet hij in principe een nieuw pensioen kunnen verwerven. Hoe regelt het ontwerp nu de aanspraak op dat pensioen ? Twee gevallen worden onderscheiden :

Sluiten