Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omtrent bovenstaande berekening zij nog medegedeeld dat zooveel mogelijk rekening is gehouden met de nieuwe salarisregeling der burgerlijke ambtenaren, die 1 Januari 1920 in werking treedt. Hoewel de kosten hiervan op dit oogenblik niet bekend zijn, zijn zij voorloopig geraamd op f 25 000 000. Mocht deze raming te laag blijken, dan zullen de hierboven vermelde bedragen eene overeenkomstige verhooging moeten ondergaan. De meerdere lasten, die het wetsontwerp op de gemeenten en de provinciën legt, zijn moeilijk aan te geven, daar niet bekend is, welk deel van den hoogeren last op den Staat zal worden afgewenteld, terwijl evenmin bekend is welke bijdrage door de ambtenaren van provincie en gemeente thans wordt betaald.

Houdt men vast aan het denkbeeld van een fonds, dan is het duidelijk, dat de bestaande fondsen daarin behooren op te gaan. Het zou geen zin hebben, die fondsen te laten bestaan en daarnaast nog een nieuw te gaan stichten. Niet slechts zou dat leiden tot dubbele kosten van beheer, maar vooral ook zou het strijden met de gedachte die aan de geheele unificatie der pensioenwetgeving ten grondslag ligt: dat het in de toekomst niet meer zal gaan om b.v. Rijks of gemeenteambtenaren, maar om ambtenaren bij wien dan ook in dienst, die uitzicht op pensioen hebben. Die eenheid brengt ook dé noodzakelijkheid van eenheid van fonds mede. Het gevolg daarvan zal aanvankelijk zijn, dat, doordien voor de burgerlijke ambtenaren en onderwijzers in het verleden te weinig is geheven, de contante waarde van de lasten die der baten belangrijk overtreft. Het is duidelijk, dat dit tekort behoort te komen ten laste van den Staat, die jaren lang genoegen heeft genomen met een te geringe betaling voor de pensioenen der betrokken ambtenaren en die het aanvankelijke overschot van inkomsten boven uitgaven in zijn kas heeft laten glijden en heeft besteed voor gewone uitgaven van anderen aard. Aan den anderen kant is het duidelijk, dat niet aanstonds dat bedrag door den Staat behoeft te worden op tafel gelegd. Wellicht zou er zelfs mede kunnen worden volstaan dat het fonds zekerheid heeft dat een gegoede debiteur vooi het tekort zou opkomen op het oogenblik dat zulks noodig zoude zijn. Daarvoor is storting door den Staat van een bedrag in eens, gelijk aan het tekort, gesteld het was practisch doenlijk, stellig niet noodig, doch zou het voldoende zijn, als de Staat zich tegenover het fonds aansprakelijk verklaarde voor het uit het verleden ontstane tekort, hetzij dat met zulk een verklaring werd volstaan hetzij dat zij gepaard ging met betaling van rente van het tekort of met een geleidelijke aflossing van het tekort. Wanneer het beginsel slechts vaststaat, kan over de uitvoering daarvan nader worden gesproken. De gelegenheid zal zich daartoe voordoen wanneer de eerste balans van het fonds onder de nieuwe regeling is opgemaakt.

Wellicht zal dan ook blijken, dat uit hoofde van de andere groepen dan de burgerlijke ambtenaren en onderwijzers, aanstonds een tekort bij het fonds bestaat. Het kan zijn, dat dan ook andere lichamen, als b.v. de gemeenten, daarin zullen moeten bijdragen. Dit wordt thans nog in het midden gelaten, immers ter beslissing aan den lateren wetgever overgegeven! De balans zal echter duidelijk moeten doen uitkomen, door welke oorzaken en ter zake van welke groepen het tekort is ontstaan.

Afgezien van het tekort dat uit het verleden reeds is ontstaan, zal uitteraard ook een tekort — of een overschot — kunnen ontstaan, wanneer het fonds eenigen tijd in werking is. De bijdragen zijn wel zooveel mogelijk zóó gesteld dat zij vermoedelijk toereikend zullen zijn, maar het is duidelijk, dat tal van factoren hier werken, die van te voren niet met zekerheid zijn te bepalen. Om slechts enkele te noemen: de rentestand, de invaliditeitskansen en sterftekansen, de uitzetting van het ambtenarencorps in verband met den leeftijdsopbouw van dat corps, hebben hier een overwegenden invloed, en al die factoren dragen een wisselend, 'van te voren niet eens en voor al te bepalen, karakter. Bij elke balans zal moeten worden nagegaan, welke de toestand

Sluiten