Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit fonds zelfs een aanmerkelijk tekort veroorzaken. Gelet op den inhoud van het ontwerp, heeft dus het fonds, ook als het tot de tegenwoordige deelgerechtigden beperkt blijft, geen overschot. Voor een klacht, j dat een saldo ten behoeve van nieuwe deelgerechtigden wordt gebruikt, bestaat derhalve niet de minste grond.

§ 7. De organen van het pensioenwezen.

Een van de grieven, die tegen de huidige regeling van het pensioenwezen worden aangevoerd, is, dat de organisatie te ingewikkeld en te stroef is. Nadat in 1913 goeddeels gebroken is met de zeggingsmacht, voor de eigen ambtenaren, van de onderscheidene departementen (waarvan gebrek aan eenheid in de wetstoepassing het gevolg was), is de beslissende macht op het stuk der pensioenen feitelijk gelegd in handen van den Minister van Financiën. Maar de wet verplicht dien Minister, om in de verschillende gevallen het advies van den Pensioenraad in te winnen. Daardoor zijn twee organen belast met vrijwel hetzelfde werk, wat, naast twee corpsen met het werk belaste ambtenaren, twee archieven met al den aankleve van dien noodig maakt, terwijl — en dit weegt niet het minst zwaar — de procedure die aan iedere beslissing moet voorafgaan, zooveel tijd neemt dat de belangen van de betrokkenen daaronder niet zelden lijden. Speciaal bij de beslissing omtrent een toe te kennen pensioen is dikwijls spoed. De belanghebbende heeft veelal, zoo gauw hij zijn betrekking heeft verlaten, het pensioen voor zijn levensonderhoud noodig en hij is dan niet in de gelegenheid om zonder'groot bezwaar op de toekenning te wachten. Met het oog op dit een en ander moet er naar gestreefd worden, het apparaat voor de pensioenbeslissingen zoo eenyoudig mogelijk te maken.

Het eenvoudigst ware wellicht, die beslissingen geheel te leggen in handen van den Minister van Financiën, en den Pensioenraad op te heffen. Tegen die oplossing rijst echter bezwaar. De Pensioenraad is indeitijd op aandrang uit de Staten-Generaal ingesteld omdat men in dat College een waarborg zag voor de ambtenaren, die door de pensioenregeling worden bestreken. Dien waarborg thans weer weg te nemen zou alleen gemotiveerd zijn, als men niet op andere wijze een regeling kon verkrijgen die aan de eischen van een vlotte en deskundige hanteering van het pensioenrecht zou voldoen. Daarbij komt dat een beslissende bevoegdheid van den Minister van Financiën minder voor de hand ligt, nu de pensioenen in de toekomst niet meer zullen komen ten laste van den Staat, maar ten laste van een zelfstandig pensioenfonds, dat in beginsel zich zelf zal moeten bedruipen. Alleen moet niet uit het oog worden verloren, dat de Staatsmiddelen ook bij dat, immers voor een niet onbelangrijk deel door Staatsbij dragen gevoed, fonds nauw betrokken zijn. Uit dien hoofde is het rationeel, den Minister een controleerende bevoegdheid te geven, die hierin kan bestaan dat hem de bevoegdheid wordt verleend, tegen bepaalde beslissingen in beroep te komen bij den hoogsten pensioenrechter.

Het in eerste instantie beslissend orgaan zal in den gedachtengang van de voorgestelde wijziging de Pensioenraad zijn. Het ontwerp denkt zich dien Raad belast met ongeveer gelijke taak als het bestuur van de Rijksverzekeringsbank voor de ongevallenverzekering heeft, belast dus zoowel met de taak om de noodige beslissingen te nemen over pensioensgerechtigdheid, pensioensgrondslagen, verschuldigde bijdragen, als. met de beslissingen over het recht op pensioen en ten slotte met de cöntrole of de verschuldigde bijdragen behoorlijk worden afgedragen. Alleen in zóóver denkt het zich een afwijking van hetgeen bij de ongevallenadministratie geschiedt, dat daar wèl, hier niet, het beslissende college ook het beheer over de geldmiddelen voert. Bij het pensioenwezen bestaan thans reeds voor deze laatste taak, althans op een belangrijk deel van het gebied, speciale lichamen, die geheel op het manipuleeren van geldswaarden zijn ingericht en welker beheer beter in de lijn van het tegenwoordige blijft geregeld.

Maar voorzoover beslissingen zijn te nemen, die voor de

Sluiten