Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet een uitzondering moet lijden, nu ook tijdelijke ambtenaren aanstonds pensioensgerechtigd zullen worden, en dus mede hun weduwen en weezen. Niet te ontkennen valt, dat daarin de mogelijkheid van misbruik ligt. Toch heeft men gemeend, hier geen uitzondering te moeten maken. In de eerste plaats valt te verwachten, dat als gevolg van de aanstaande regeling van den rechtstoestand der ambtenaren tijdelijke benoemingen meer aan banden zullen worden gelegd en dat dus misbruiken minder zullen behoeven te worden gevreesd. Maar ook afgezien daarvan schijnt het beter, eventueel misbruik af te wachten en eerst dan als het noodig blijkt tot beperking over te gaan, dan aanstonds een beperking in te voeren die misschien overbodig is en zeer hard kan werken. Het is toch niet te ontkennen dat er een hardheid in is gelegen, als de vrouwen en kinderen van iemand die het publiek gezag dient, onverzorgd achterblijven eenvoudig omdat zijn aanstelling nog niet in een vaste was overgegaan. De practijk redt zich dan niet zelden door, als men het overlijden ziet aankomen, nog een vaste benoeming te geven die aanstonds tot pensioenrecht voor de vrouwen en kinderen leidt. Maar dat middel is zeker niet vrij van bedenking, ook omdat het niet werkt in de gevallen van plotseling overlijden, b. v. door een dienstongeval. Het schijnt daarom de voorkeur te verdienen, op dit punt een "ïrSld stelsel te aanvaarden. Mocht het blijken dat sommige organen van dat stelsel misbruik zouden maken door het doen van tijdelijke benoemingen die klaarblijkelijk slechts om het weduwen en weezenpensioen zijn geschied, dan, maar ook eerst dan, zou voor inperking aanleiding bestaan.

Zijdelingsche ambtenaren ontleenen uitteraard aan dien dienst geen recht op pensioen voor hun nagelaten betrekkingen. Zij zijn geen ambtenaren in den zin der pensioenwet ; alleen telt eventueel, n.1. als zij ambtenaar zijn geworden, tegen inkoop voor het eigen pensioen hun zijdelingsche diensttijd mede.

Wordt in den boven omschreven omvang pensioenuitzicht verleend, in bepaalde gevallen zullen personen, tot een in het algemeen pensioensgerechtigde groep behoorend, van uitzicht op pensioen behooren te worden uitgezonderd. Dat is met name het geval als de ambtenaar op hoogen leeftijd huwt en aan dat huwelijk pensioenrechten voor zijn nagelaten betrekkingen zou kunnen ontleenen. Op het voetspoor van de geldende wet is dan zoodanig recht uitgesloten.- Toelating toch volgens de gewone regelen zou voor het fonds veel te schadelijk zijn, vooral waar veelal de vrouw aanzienlijk jonger dan de man zal zijn en dus een langdurig weduwenpensioen en wellicht ook weezenpensioen kan worden verwacht. Men zou dus alleen tegen zware vergoeding tot het fonds kunnen toelaten. Maar dan zou de regeling alleen ten goede komen aan gefortuneerden, terwijl bovendien een meer tot de levensverzekering naderende regeling zou moeten worden getroffen, die in het algemeen aan de pensioenrggeling vreemd_is. Hoewel moet worden toegegeven dat het in een bepaald geval van langdurige storting hard kan zijn, als het recht op pensioen verloren gaat, moet toch in dit opzicht aan de geldende regeling worden vastgehouden en zullen de hier bedoelde personen öf van het sluiten van een huwelijk op noogen leeftijd moeten afzien öf op andere wijze in het lot van hun weduwe en weezen moeten voorzien. Intusschen is vrijheid gevonden, in het belang der betrokkenen den leeftijd van 60 jaar te verhoogen tot 65 jaar. Ook in verband met de omstandigheid dat op laatstbedoelden leeftijd het recht op ouderdomspensioen wordt verkregen, scheen het aannemen van dien leeftijd ook hier rationeel. .

Is een ambtenaar gehuwd na zijn pensionneering of op wachtgeld stelling, dan hebben zijn in verband met dat huwelijk nagelaten betrekkingen geen aanspraak-op pensioen. In dit opzicht wordt ook het bestaande gehandhaafd. Zou hij echter weder in werkelijken dienst zijn gekomen of, naast zijn pensionneering of op wachtgeld stelling, ambtenaar zijn gebleven, dan bestaat wèl aanspraak op pensioen, indien slechts het huwelijk vóór het 65e levensjaar was voltrokken (artikelen 87—89.).

Ook ten aanzien van de gevallen van pensioen sluit het

Sluiten