Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal blijken te bestaan die thans pensioen ten laste van den Staat genieten, een speciale regeling moeten worden getroffen (artikel 25 en artikel 150).

Ook de verplichting tot verdere uitbetaling van bij de oprichting van het fonds reeds toegekende pensioenen zal op het nieuwe fonds overgaan. De contante waarde daarvan zal mede blijken uit de balans, in artikel 25, tweede lid, en in artikel 150 bedoeld.

Het tweede lid komt overeen met de thans reeds in de pensioenwetgeving bestaande regeling en heeft het oog op gevallen van buitengewonen aard, waarvoor de algemeene pensioenregeling geen voldoende voorziening kan behelzen.

Artikel 3. Dit artikel is in hoofdzaak reeds in § 2 van het algemeene deel toegelicht. Hier worde nog slechts het volgende aangeteekend.

In de definitie van „ambtenaar" is niet behouden de eisch van een schriftelijke aanstelling. Men zal dus ook zonder zulk een aanstelling „ambtenaar" zijn, als men niet in de termen van één der uitzonderingen valt. Dat wil echter niet zeggen, dat het ontwerp in de practijk van de schriftelijke aanstelling afstand zou doen. Zulk een schriftelijk stuk is nuttig, om duidelijk de groep pensioensgerechtigden af te scheiden van hen, die in een te los verband met het publiek gezag staan en voorts om zekerheid te geven omtrent aard der functie, dag van aanvaarding van het ambtenaarsschap, etc. Het ontwerp tracht echter het doel op andere wijze te bereiken, en wel door voor ieder „ambtenaar" een schriftelijke aanstelling te eischen, en door in de artikelen 30 en 31 een sterken prikkel te scheppen om dien eisch in de practijk tot verwezenlijking te brengen.

Behoeft dus, om „ambtenaar" te' zijn, in den vervolge niet meer een akte van aanstelling te worden overgelegd —■ uitteraard moet wel een aanstelling hebben plaats gehad, en wel door het daartoe bevoegd gezag. Het komt echter wel voor, dat een benoeming door een ander dan de bevoegde is geschied, hoewel zij de volle instemming van dezen laatsten had. B. v. kan het twijfelachtig zijn, of een bepaalde ambtenaar moet worden benoemd door den Raad of Burgemeester en Wethouders. Om in die gevallen den betrokkene niet het slachtoffer te laten worden, is artikel 7 ingevoegd, terwijl een gelijksoortig artikel, voor den tijd, vóór het in werking treden van de wet, een plaats onder de overgangsbepalingen heeft gevonden (artikel 125, lid 3).

Het nieuwe artikel eischt voorts niet meer, dat men in vasten dienst zij om „ambtenaar" en dus pensioensgerechtigd te zijn, m. a. w. het stelt vasten en tijdelijken dienst geheel op één lijn. Zeker is iets te zeggen voor het tegenwoordige stelsel dat eerst uitzicht op pensioen geeft, als een vast dienstverband is ontstaan, maar dan vroeger vervulde tijdelijke jaren in het algemeen voor inkoop vatbaar verklaart. Maar aan den anderen kant is toch de regel zoozeer dat tijdelijke dienst voor den ambtenaar een gelijksoortig karakter draagt als vaste; geeft de niet opneming van tijdelijken dienst, niet door vasten gevolgd, zoozeer aanleiding tot onaangename verrassingen 'bijaldien door verzuim een vaste benoeming achterwege blijft, en heeft de latere inkoop van vroeger vervulde tijdelijke jaren zulke bezwaren, dat het de voorkeur verdient, tijdelijken en vasten dienst voor het pensioen geheel op één lijn te stellen. Ook aan de eenvoudigheid van de regeling komt dat ten goede.

Wat de uitzonderingen in het artikel vermeld betreft, valt het volgende op te merken.

Loodsen in Rijksdienst, Alleen voor hen bestaat een speciale wettelijke regeling. Gemeentelijke loodsen zijn gewone gemeenteambtenaren en zullen dus onder de nieuwe wet tot de ambtenaren behooren.

Ook voor de onder c. bedoelde groep bestaat een speciale wet. Voor het slot van het onderdeel c. vergelijke men artikel 57 van de Burgerlijke Pensioenwet.

De vraag of Wethouders eener gemeente pensioensgerechtigd zullen zijn, wordt, evenals thans (artikel 2 juncto 72 der pensioenwet voor de gemeenteambtenaren 1913) ter beantwoording aan de gemeentebesturen overgelaten. De toestanden zijn te zeer verschillend om hier een uniforme regeling over het

Sluiten