Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een groot voordeel. 'Het verhaal kan overigens alleen geschieden door inhouding op wedde, wachtgeld of pensioen — niet op andere wijze. Zoolang dus een niet-gepensionneerde of niet op wachtgeld gestelde geen wedde geniet, is wegens den inkoop op hem niets te verhalen. Ook van een vordering, na zijn overlijden, tegen zijn erfgenamen kan nimmer sprake zijn.

Behalve dan in de beide evengenoemde gevallen is van betaling door de.n ambtenaar aan het fonds geen sprake. Natuurlijk echter moet het fonds wèl betaling erlangen. Het verkrijgt die echter, niet van de ambtenaren, doch van het publiekrechtelijk lichaam, dat de ambtenaren dienen. Het Rijk zal dus moeten opkomen voor de pensioenbijdragen van de ambtenaren in zijn dienst, de provincie voor die welke haar dienen, etc. Voor hen, die niet in dienst zijn van een publiekrechtelijk lichaam, maar niettemin met ambtenaren zijn gelijkgesteld — met name, schoon volstrekt niet uitsluitend, valt hier te denken aan personen, bij het bijzonder onderwijs werkzaam — wordt de fictie gesteld, dat zij in dienst van het Rijk zijn. Dat komt overigens ook overeen met het stelsel, dat in den laatsten tijd ten aanzien van de numeriek belangrijkste groep, de bijzondere onderwijzers, is vastgesteld. Het Rijk zal dus ook voor hen 10 pet., en voor het weduwen- en weezenpensioen 672, van hun wedden storten, waartegenover echter degeen, te wiens laste de wedde komt, jaarlijks gelijk bedrag aan het Rijk moet vergoeden. Bijzondere schoolbesturen zullen dus meer te betalen krijgen dan thans. Dat zal zoo.noodig moeten worden gevonden door een extra-subsidie vanwege het Rijk.

Het fonds zal dus alleen met de storting door publiekrechterlijke lichamen te doen hebben. Die storting is gedacht als een jaarlijksche, en wel van het gemiddelde der gezamenlijke grondslagen van de ambtenaren in dienst van ieder dier lichamen. Uiteraard moet dat gemiddelde naar bepaalde data van het jaar worden bepaald, waarvoor 1 Januari, 1 April, 1 Juli en 1 October zijn genomen. Een gemiddelde naar eenige over het jaar verspreide dagen scheen beter dan dat men eenvoudig met den toestand op één bepaalden dag van het jaar rekening hield. Het zou dan toch niet zijn buitengesloten, dat hier en daar eenige kunstgrepen werden uitgevoerd ten einde juist op dien dag het totaal der ambtenaren, en der grondslagen, laag te doen zijn.

De uitvoering wordt du's in dier voege gedacht, dat ieder publiekrechtelijk lichaam lijsten houdt van het personeel in zijn dienst op de vier genoemde data van het jaar; en dat van het gemiddelde dor gezamenlijke grondslagen van die personen het bepaalde percentage wordt betaald. De betaling zal telkens vóór het einde van het jaar geschieden, tenzij een andere regeling is toegestaan — b.v. omdat men niet zoo tijdig met het opmaken der cijfers kan gereed zijn. De contróle op de juistheid der stortingen zal geschieden door den Pensioenraad, die volgens artikel 10 immers o. a. heeft toe te zien op de richtige uitvoering van de wettelijke bepalingen, voorzoover die uitvoering zelf aan anderen is opgedragen. De Pensioenraad heeft trouwens in zijn archief ook de middelen om de ontvangen opgaven te controleeren. Of hij telken jare alles zal controleeren, of slechts steekproeven zal nemen, dan wel bepaalde lichamen meer dan andere zal nagaan, zal eerst in de practijk kunnen blijken.

Het voorgedragen stelsel geeft, naar mag worden vertrouwd, zoo weinig mogelijk omslag. Nu niet meer van ieder individueel premie zal worden verkregen, maar alleen moet worden gezorgd dat van de publiekrechtelijke lichamen een sóm binnenkomt, die voldoende verband houdt met de totaal-wedde hunner ambtenaren, is het ook niet meer noodig, te onderscheiden of een bepaalde diensttijd voor pensioen al of niet medetelt, dan 0f — Wat b.v. voor het weduwen- en weezenpensioen voorkomt — bepaalde personen geen pensioenrecht meer kunnen verwerven en dus allicht zelf niet tot premiebetaling verplicht zouden worden. Ook voor hen draagt, zoolang zij in dienst zijn, het publiek gezag bij. Dat vereenvoudigt de toepassing belangrijk, zonder dat het doel wordt geschaad. In § 5 van het algemeene

Sluiten