Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 53. Dit artikel is analoog aan artikel 7. Hot voorkomt dat vroegere diensttijd, op grond van benoeming door het nietbevoegde gezag, in bepaalde gevallen buiten aanmerking zou moeten blijven, wanneer de betrokkene hetzij terzelfder tijd hetzij later een betrekking vervult, waarin hij „ambtenaar" is.

Artikel 54. Het in dit artikel onder b bepaalde vindt thans reeds een plaats in artikel 4 onder c van de Burgerlijke Pensioenwet, met dien verstande echter dat daar 8 maanden, in de bedoelde betrekkingen doorgebracht, voor éen jaar worden gerekend, terwijl in den vervolge elke 6 maanden voor een jaar zullen tellen. Voorts is gelijke regeling opgenomen voor diensttijd in de koloniën en bezittingen van het Rijk in andere werelddeelen. Daarmede wordt een gerechtvaardigde wensch in vervulling gebracht van hen die eenige jaren in Oost- of WestIndië hebben doorgebracht en den veelal onder ongunstige omstandigheden verrichten arbeid bij een pensionneering hier te lande op voordeeliger voet in aanmerking zullen zien gebracht.

Artikel 56. Dit artikel, dat bepaalt, welke met verlof doorgebrachte tijd voor het pensioen zal medetellen, sluit in beginsel bij de geldende regeling aan. Alleen geeft het tweede lid van het artikel aan den Pensioenraad de gelegenheid, voor het belang van het fonds te waken en onbillijke bevoordeeling te voorkomen. De grondslag van hem, die verlof heeft, verandert uitteraard niet, ook niet wanneer hem zijn wedde over den verloftijd niet wordt uitbetaald. Voor de toepassing van artikel 37 wordt zijn wedde, d. w. z. zijn pensioensgrondslag, dus gewoon medegeteld.

Artikel 59. Men zie voor de toelichting van dit artikel hetgeen inzake de „verhooging" voorkomt in § 3 van het algemeene deel dezer toelichting.

Artikel 62. Bij opneffing van zijn betrekking heeft de ambtenaar recht op pensioen, ook als hij wachtgeld ter zake van die opheffing ontvangt, indien n.1. dat wachtgeld minder zou bedragen dan het pensioen, (artikel 43, lid 2). Bij het eerste lid van artikel 62 wordt het geval van samengaan van pensioen en wachtgeld wegens opheffing van de betrekking geregeld.

Het tweede lid regelt het geval, dat hij, wiens betrekking is opgeheven, later weer een bezoldigde betrekking krijgt. Men denke b.v. aan den burgemeester van een opgeheven gemeente,' die later burgemeester van een andere gemeente wordt. Er is dan niet de minste reden om hem tijdens den duur van die nieuwe betrekking zijn pensioen wegens opheffing 'van de vroegere onverminderd uit te betalen. Daarom bepaalt het tweede lid van dit artikel, dat dan het pensioen wordt verminderd met het bedrag van den grondslag in het nieuwe ambt.

Artikel 63. In overeenstemming met het bestaande is voor gewezen Ministers een afzonderlijke regeling van het pensioen aangenomen. Zullen zij recht op pensioen hebben, niet slechts op grond van leeftijd of van invaliditeit, maar op grond Van het enkele feit van hun ontslag ais Minister, dat pensioen moet, wil het beantwoorden aan zijn bestemming om den gewezen Minister een behoorlijk levensonderhoud te waarborgen, op andere wijze dan de gewone worden berekend. Het ontwerp volgt op dit punt de geldende regeling. Ook in zóóver dat mede in aanmerking komen eventueele diensten, vóór zijn optreden als Minister door den belanghebbende in pensioensgerechtigde betrekkingen bewezen. In dat geval wordt het pensioen als Minister met een bepaald bedrag wegens die andere diensten verhoogd, (artikel 63, alinea 2).

Diensten, vóór het optreden als Minister in pensioengerechtigde betrekkingen bewezen, komen echter alleen dan bij het Ministerspensioen in aanmerking, als de betrekking bij het aanvaarden van het Ministerschap werd verlaten. Was dat niet het geval (alleen bij Ministers van Oorlog of van Marine komt dat in do praktijk voor), dan wordt het pensioen ter zake van de

Sluiten