Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeftijd bij aanstelling en dus ook den diens

De hierop betrekking hebbende gegevens vinat men in ue siateu ge&uu uai, m..

8 en 18 Op overeenkomstige wijze als bij de burgerlijke 1°. de berekening van de nog te betalen termijnen over

ambtenaren werd voor de contante waarde der toekomstige de verhoogingen toegekend in de jaren 1913—1916;

pensioenen gevonden: 2°, de berekening van de nog te betalen termijnen over

Voorstel Bestaande de grondslagen van aanstelling der ambtenaren, in dienst

Staatscommissie toestand getreden in de jaren 1913-1916;

, H-omne.Q f 7Aai\ QRit 3°- de afloopende korting over de toekomstige verhoogingen,

voor de onderwijzers . . f 7, 810058 t m ±u do* Voor dg berekening sub ^ ziJn met behulp van staat 1, kolom

voor de onderwijzeressen 24 358 292 21 bóOüiö 9> v00r de mannen en van staat 12, kolom 4, voor de vrouwen

Totaal . . . f 102168 350 f 92 002199 tijdelijke lijfrenten voor validen afgeleid volgens de formules:

Neemt men de boven verkregen uitkomsten voor ambtenaren al

en onderwijzers, mannen en vrouwen te zamen, dan vindt x + ij iR yoor de verhoogingen toegekend in 1913;

men voor de contante waarde der toekomstige pensioenen voor a x + ii

het geheele op 31 December 1916 in dienst zijnde personeel: x + 1

Volgens de voorstellen der Staatscommissie f 260 904 084 ^

Volgens den bestaanden toestand .... 232 586 142 i

welke beide bedragen in de staten 31 en 32 als tweede post x + U 1*B , „ „ „ „ „ 1914;

onder de lasten voorkomen. ■ a? x + 3\

x + 1

§ 4. Berekening van de contante waarde der toekomstige baten a

voor het personeel in dienst op 31 December 1916. 1 \oi 2i

(staten 8—10 en 18—20) ax + 1 f^+W"v» ' » " " " 1915'

Zooals uit het wetsontwerp duidelijk blijkt, is door de lx\\

Staatscommissie hét beginsel van premie-vrij pensioen aan- ^

genomen, terwijl de Staat in de lasten der pensioenen zal i

voorzien volgens het systeem der gemiddelde premiebetaling. x + l\ ó°R , „ „ „ . „ 1916;

De Staat zal voor de in dienst zijnde ambtenaren èn onder- \ x + H wijzers dezelfde premie, uitgedrukt in percenten van den | x^_1

pensioensgrondslag, betalen als noodig is tot dekking van de , f,.,ri n_ Jpn ,iahirn dpr verhooeine (d i lUten ten aanzien der later aangestelde ambtenaren en onder- waarin x + 1 den leeftijd op den datum der vernoogmg (u. i. lasten ten aanzien uei w-oei daugcouciuc « ^ midden van het jaar) voorstelt en verkregen, is door wijzers. In het tekort, dat dientengevolge ten aanzien de in dus het^dden van net. .1 ) waarin de verdienst zijnde ambtenaren en onderwijzers aanwezig is, zal de het geooortejaar ai ie uie

Staat bipcne art. 160 op de een of andere „«» moeten ^7 d™ S^f-taten 9 en 19, Mom 2-5) ,e ver.

'TnTderhalve de nnancieete 6evo,gen ,an de nteuwe regelln, Sn'^tStS

voor den Staat te kunnen nagaan, moet de contante waarde 10 en koioiu o *i* »

van eene doorloopende jaarlijksche bijdrage van 1 % over baten gevonden:

de pensioensgrondslagen van het op 31 December 1916 in Mannen. Vrouwen. Totaal,

dienst zijnde personeel bekend zijn. Om deze contante over 1913 . . f 94 250 f 4 732 f 98 982

waarde te berekenen is in de eerste plaats met behulp van B 1914 . . 263 644 21 456 285 100

de tafels uit de staten 1 en 12 en de getallen 7x + i n 1915 . . 326 529 21 777 -348 306

uit de staten 4 en 14, kolom 4, de bijdragefactor „ 1916 . 917 723 56 642 974 365

2ax V , f *1 602 146 f 104 607 f 1 706 753

a% + i = afSeleid' welke na aanbren&ing De berekeningen sub 2°. zijn op volkomen dezelfde wijze

kx + i vx + i . geschied als die sub 1°., met vervanging van de verhoogingen

van een correctie voor termijnbetaling is opgenomen in de ^ pensioensgrondslagen bij aanstelling (staat 10 en 20,

staten 9 en 19, kolom 10. kolom 4 7). Deze gaven de volgende uitkomsten:

Door vermenigvuldiging van deze bijdrage-factoren met de KUiUU >

pensioensgrondslagen der ambtenaren en onderwijzers op 31 Mannen. Vrouwen. Totaal.

December 1916 (staten 8, 10, 18 en 20, kolom 3) naar den over 1913 . . f 102 150 f 8 063 f 110 213

leeftijd gerangschikt, werd gevonden voor de contante waaide • 1^14 . . 203 847 18 597 222 444

van eene doorloopende bijdrage van 1 % „ 1915 . . 286 555 42 344 328 899

, f11365 750 1916. . 539 397 100 664 640 061

voor de mannen ... . . - t ïidoo /ou „ «1U —

voor de vrouwen .... 1 644 220 f 1 131949 f 169 668 f 1 301 617

Totaal . . . f 13 009 970 Om de contante waarde der sub 3°. vermelde afloopende

... - korting over de toekomstige verhoogingen te vinden, is de

welk bedrag in staat 31 als eerste post onder de baten is ^

opgenomen. „ 4-

Voor de berekening van de contante waarde der baten v 2 ^.11 A \ 1 _; Ex+i

volgens den bestaanden toestand, kunnen de ambtenaren en Ax+i = ^ f "—

onderwijzers niet te zamen worden gevoegd, omdat de ambte- xx + i x + $

naren eene in 4 jaar afloopende korting betalen van de helft bei.ekend waarin A K _u. = Fr-i-u ~ Vx4-> (Staat4

van den pensioensgrondslag bij aanstelling en van alle verdere 1

verhoogingen, voor zoover deze laatste Y^/^^°J '^otr vermenigvuldiging van deze factoren (staat 9 en 19, de grootte van het pensioen erwijl van e ontow^eene Do» ^^^ISJgronMBvm (Staat 10 en 20, kolom 3)

doorloopende jaarlijksche korting van 2 /„ (voor eene enkele koio ) y ^ bijdragen over de toekomstige

categorie van 3 %) wordt geheven. 1S vour .ue ouul,a' ,

tïX ^™,„„;n„ «„ hp entente waarde der aflooüende korting verhoogingen gevonden.

ttijd te bepalen.

men in de staten

welk bedrag in staat 31 als eerste post onder de baten is opgenomen.

Voor de berekening van de contante waarde der baten volgens den bestaanden toestand, kunnen de ambtenaren en onderwijzers niet te zamen worden gevoegd, omdat de ambtenaren eene in 4 jaar afloopende korting betalen van de helft van den pensioensgrondslag bij aanstelling en van alle verdere verhoogingen, voor zoover deze laatste invloed uitoefenen op de grootte van het pensioen, terwijl van de onderwijzers eene doorloopende jaarlijksche korting van 2 % (voor eene enkele categorie van 3%) wordt geheven.

De berekening van de contante waarde der afloopende korting

van de burgerlijke ambtenaren kan in 3 deelen worden gesplitst, nl.:

1°. de berekening van de nog te betalen termijnen over de verhoogingen toegekend in de jaren 1913—1916;

2°, de berekening van de nog te betalen termijnen over de grondslagen van aanstelling der ambtenaren, in dienst getreden in de jaren 1913—1916;

3°. de afloopende korting over de toekomstige verhoogingen. Voor de berekening sub 1°., zijn met behulp van staat 1, kolom 9, voor de mannen en van staat 12, kolom 4, voor de vrouwen tijdelijke lijfrenten voor validen afgeleid volgens de formules:

Totaal. 98 982

285 100 - 348 306

974 365

De berekeningen sub 2°. zijn op volkomen dezelfde wijze geschied als die sub 1°., met vervanging van de verhoogingen door de pensioensgrondslagen bij aanstelling (staat 10 en 20, kolom 4—7). Deze gaven de volgende uitkomsten:

Totaal, f 110 213 222 444 328 899 640 061

f 1 301 617

Om de contante waarde der sub 3°. vermelde afloopende korting over de toekomstige verhoogingen te vinden, is de bijdragefactor

z?

X+1

V , (Staat 4

X + i

Sluiten