Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de mannen f 10 206 368 . Lasten. Voor de berekening van de lasten kan worder

voor de vrouwen 695 278 uitgegaan van de pensioenfactoren °j + uit de staten 5, 6

Totaal . . . f 10 901 646 15 en 16, kolom 2. Deze pensioenfactoren moeten echter in df

Vat men de onder 1°., 2°. en 3°. verkregen uitkomsten te eerste plaats worden verhoogd om rekening te houden mei

zamen, dan vindt men voor de .contante waarde van alle toe- de militaire, tijdelijke, zijdelingsche diensten, enz. zooals ir

komstige bijdragen van de op 31 December 1916 in dienst zijnde § 3 nader is toegelicht, hetgeen geschied is door interpo

ambtenaren f 1 706 758 + f 1 301 617 + f 10 901 646 = latie tusschen0/ . . en 5 J . . . In de tweede plaats moei

f 13 910 016, welk bedrag als post 1 onder de baten in staat 32 * + i *x + \ *

voorkomt rekening worden gehouden, met de omstandigheid dat de aan

Bij de 'berekening van dit bedrag is geen rekening gehouden stelling gemiddeld in het midden van het jaar plaats heeft en met de bepaling der burgerlijke pensioenwet dat pensioens- dus de leeftiJ'd bij aanstelling x +1 bedraagt, grondslagen van f 457 en lager van korting zijn vrijgesteld, Door vermenigvuldiging van de aldus gewijzigde pensioenfacen dat het bedrag der inkomsten niet beneden f 400 mag toren met de grondslagen bij aanstelling in de jaren 1910—1914 dalen, zoodat ook over pensioensgrondslagen tusschen f 400 der ambtenaren en onderwijzers uit de staten 11 en 21, en f 457 niet de volle korting wordt betaald. De invloed van kolommen 3 en 5 is gevonden voor de contante waarde der toedeze bepaling is echter uiterst gering, daar pensioensgrond- komstige pensioenen voor de nieuwe aanstellingen van één jaar: slagen van f 457 en lager nagenoeg niet meer voorkomen. Voorstel der Bestaande toestand

& Staatscommissie

Ook met de bepaling, dat geen korting verschuldigd is over y00r. de mannen f 5 520 546 f 4 758 836

de verhoogingen, die geen invloed op de grootte van het y00r de vrouwen 1 079 539 898 799

pensioen hebben (omdat dit dan het maximum van f 3000

zou overschrijden) is geen rekening gehouden, zooals in § 3 Totaal ..f 6 600 085 f 5 657 635

reeds is vermeld. of o-ekapitaliseerd

Voor de berekening van de contante waarde der doorloopende vol net voorstel der staatscommissie . f 168 269 827

korting van de onderwijzers is gebruik gemaakt van den Tolgens den bestaanden toestand .... . 144 241 969

y"] 7 +1 welke beide bedragen als post 3 onder de lasten in de staten

bijdragefactor aaA„. L= —, (staten 9 en 19 31 en 32 zijn opgenomen.

x + , a, y

X + i X + i

a Baten. Evenals voor het óp 31 December 1916 in dienst

kolom 9), waarin Xx + i is afgeleid uit staat 1, kolom 10, zijnde personeel zal ook nu voor den nieuwen toestand de

voor de onderwijzers en uit staat 12, kolom 5, voor de onder- contante waarde van eene doorloopende bijdrage van 1 pet.

wijzeressen, terwijl Vx + . is ontleend aan de staten 4 Bn 14, over den pensioensgrondslag worden berekend. Dit is geschied

kolom 3. Door deze factoren te vermenigvuldigen met de door den bijdragefactor °MX +1, afgeleid uit de staten 9 en 19

pensioensgrondslagen van alle onderwijzers (staten 8 en 18, kolom 10, met de pensioensgrondslagen bij aanstelling op den

kolom 3) is voor de contante waarde van eene doorloopende leeftijd x uit de staten 11 en 21 kolom 3 en 5 te vermenig-

bijdrage van 2 pet. gevonden vuldigen, waardoor de volgende uitkomsten zijn verkregen voor

voor de onderwijzers . . . . f 7 510 286 de nieuwe aanstellingen van 1 jaar:

„ onderwijzeressen ... 2 515 100 . ,v' „ R.0 cric

" " J voor de mannen . f 558 606

Totaal . .. . f 10 025 386 voor de vrouwen ... 120 692

Daar de onderwijzers en onderwijzeressen werkzaam bij de

Totaal f fi79 9Q8

bijzondere kweekscholen eene doorloopende bijdrage van 3 pet. ' ' ■

storten moet het hierboven gevonden bedrag nog verhoogd of gekapitaliseerd f 17 318 755. worden met de contante waarde eener doorloopende bijdrage

van 1 pet. van dit personeel. Dit laatste bedrag is als post 2 onder de baten in staat 31

Door. vermenigvuldiging van de pensioensgrondslagen van opgenomen.

deze categorie (staten 8 en 18, kolom 5) met den hierboven ver- De berekening van de contante waarde der baten volgens

, .... „ „, aa . ■ A „„ 4- j. a den bestaanden toestand moest ook hier, evenals voor het

melden bndragefactor A„ . , is voor deze contante waarde n ' , , , ' ,

x + i bestaand personeel, voor ambtenaren en onderwijzers elk af-

gevonden: zonderlijk worden verricht.

voor de onderwijzers . . . . f 53 384 Bij de ambtenaren komt in de eerste plaats in aanmerking

» n onderwijzeressen. . . . 17 081 de afloopende korting van den halven pensioensgrondslag bij

f 70 465 aanstelling. ■

Hierdoor stijgt het zooeven gevonden bedrag van f 10 025 386 De contante- waarde van deze korting, is verkregen door yg

tot f 10 095 851, welk bedrag als post 2 onder de baten in der pensioensgrondslagen bij aanstelling uit de staten 11 en 21,

staat 32 is opgenomen. kolom 3 te vermenigvuldigen met de tijdelijke lijfrente fRx +1

uit de staten 9 en 19 kolom 6, welke tijdelijke lijfrente be-

§ 5. Berekening van de lasten en baten der nieuwe rekend is uit staat 1, kolom 9 en staat 12, kolom 4.

aanstellingen. In de tweede plaats heeft men de afloopende korting van

(Staten 11 en 21.) de helft der toekomstige verhoogingen, welke verkregen is door

„ , , , , V« der zooeven vermelde pensioensgrondslagen bij aanstelling

Evena s voor het op 31 December 1916 in dienst zijnde te vermenigvuldigen met »Ax + i afgeleid uit de reeds vroeger

personeel, heeft voor de ambtenaren en onderwijzers, welke bruikte M uit de staten 9 en 19 kolom 7.

na de inwerkingtreding der nieuwe Pensioenwet, zullen worden Q deze wijze zijn voor de nieuwe aansteilingen van één

aangesteld, een berekening van de lasten en baten plaats gehad, -aar de volgende uitkomsten verkregen: in hoofdzaak met het doel om het bijdrage-percentage te leeren

kennen, dat zoowel in den ouden als in den nieuwen toestand Grondslag Toekomstige

' bij aanstelling. verhooging.

noodig is om den pensioenslast voor deze categorie geheel te Mannelijke ambtenaren. . . f 556 783 f 702 068

dekken Tot grondslag van deze berekening zijn gekozen de vrouwelijke ambtenaren . . 45 643 65 843

aanstellingen van ambtenaren en onderwijzers uit het tijdvak .

1 Januari 1910—31 December 1914, welke reeds uit een vroeger Totaal . . f 602 426 ,f 767 906

onderzoek bekend waren. of gekapitaliseerd .... 15 358 911 19 577 840

Lasten. Voor de berekening van de lasten kan worden uitgegaan van de pensioenfactoren ix + , uit de staten 5, 6, 15 en 16, kolom 2. Deze pensioenfactoren moeten echter in de eerste plaats worden verhoogd om rekening te houden met de militaire, tijdelijke, zijdelingsche diensten, enz. zooals in § 3 nader is toegelicht, hetgeen geschied is door interpolatie tusschen I +1 en J , . In de tweede plaats moet rekening worden gehouden, met de omstandigheid dat de aanstelling gemiddeld in het midden van het jaar plaats heeft en dus de leeftijd bij aanstelling x-\- 1 bedraagt.

Door vermenigvuldiging van de aldus gewijzigde pensioenfactoren met de grondslagen ,bij aanstelling in de jaren 1910—1914 der ambtenaren en onderwijzers uit de staten 11 en 21, kolommen 3 en 5 is gevonden voor de contante waarde der toekomstige pensioenen voor de nieuwe aanstellingen van één jaar:

Bestaande toestand

4 758 836 898 799

5 657 635

of gekapitaliseerd

vólgens het voorstel der Staatscommissie . f 168 269 827 volgens den bestaanden toestand .... 144 241 969 welke beide bedragen als post 3 onder de lasten in de staten 31 en 82 zijn opgenomen.

Baten. Evenals voor het óp 31 December 1916 in dienst zijnde personeel zal ook nu voor den nieuwen toestand de contante waarde van eene doorloopende bijdrage van 1 pet. over den pensioensgrondslag worden berekend. Dit is geschied door den bijdragefactor "i, +1, afgeleid uit de staten 9 en 19 kolom 10, met de pensioensgrondslagen bij aanstelling op den leeftijd x uit de staten 11 en 21 kolom 3 en 5 te vermenigvuldigen, waardoor de volgende uitkomsten zijn verkregen voor de nieuwe aanstellingen van 1 jaar:

Dit laatste bedrag is als post 2 onder de baten in staat 31 opgenomen.

De berekening van de contante waarde der baten volgens den bestaanden toestand moest ook hier, evenals voor het bestaand personeel, voor ambtenaren en onderwijzers elk afzonderlijk worden verricht.

Bij de ambtenaren komt in de eerste plaats in aanmerking de afloopende korting van den halven pensioensgrondslag bij aanstelling. •

De contante- waarde van deze korting, is verkregen door yg der pensioensgrondslagen bij aanstelling uit de staten 11 en 21, kolom 3 te vermenigvuldigen met de tijdelijke lijfrente iBx + i uit de staten 9 en 19 kolom 6, welke tijdelijke lijfrente berekend, is uit staat 1, kolom 9 en staat 12, kolom 4.

In de tweede plaats heeft men de afloopende korting van de helft der toekomstige verhoogingen, welke verkregen is door V8 der zooeven vermelde pensioensgrondslagen bij aanstelling te vermenigvuldigen met vAx + l afgeleid uit de reeds vroeger gebruikte vAx + $ uit de staten 9 en 19 kolom 7.

Op deze wijze zijn voor de nieuwe aanstellingen van één jaar de volgende uitkomsten verkregen:

of gekapitaliseerd

35

Sluiten