Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De som dezer beide laatste bedragen ad f 34 936 751 is als § 7. Berekening van de contante waarde der op 31 December

3de post onder de baten in staat 32 opgenomen. 1916 loopende weduwe- en weezenpensioenen.

Om de contante waarde van eene doorloopende bijdrage van (Staten 23 en 24.) 2 pet. over den pensioensgrondslag voor de nieuwe aanstellingen bij de onderwijzers te berekenen, behoeft men slechts De staten 23 en 24 bevatten de op 31 December 1916 de pensioensgrondslagen bij aanstelling uit de staten 11 en 21 loopende weduwe- en weezenpensioenen. kolom 5 met den bijdragefactor-A, +1 afgeleid uit de staten De. contante waarde der onverhoogde weduwepensioenen 9 en 19 kolom 9 te vermenigvuldigen. ia gevonden door de bedragen der pensioenen, voorkomende in Als resultaat van deze berekening waarbij nog is rekening ^olom 3 van staat 23 met de lijfrente met inachtneming deigehouden met de bijdrage ad 3 pet. voor bijzondere kweek- hertrouwingskans (staat 22, kolom 6) te vermenigvuldigen, scholen is gevonden voor de aanstellingen van 1 jaar: De kosten van de verhoogingen der weduwe-pensioenen en

van de weezenpensioenen zijn uit de in staten 23 en 24 voorvoor de onderwijzers . . f 334 424 komende bedragen afgeleid met behulp der annuïteit, voor-

„ „ onderwijzeressen . 184 754 komende in staat 24, kolom 3. Op deze wijze zijn met inacht-

Totaal f 519 178 neming van een correctie voor betaling in termijnen, de volgende

of gekapitaliseerd 13236495. uitkomsten verkregen: f 01 «on ooo

D onverhoogde weduwe-pensioenen f 21 890 922

Dit bedrag komt als 4de post onder de baten in staat 32 voor. weduwe-verhoogingen 1 148 005

De bovenvermelde uitkomsten stellen ons nu in staat het weezenpensioenen 134 630

doorloopend percentage te berekenen dat jaarlijks door de ambte- f 23 173 557

naren en onderwijzers gedurende hun diensttijd zou moeten

worden betaald om den pensioenslast geheel te dekken. Dit Dit bedrag moet nog worden vermeerderd met de contante

percentage wordt verkregen door de lasten der nieuwe aanstel- waarde der toekomstige weduwe-pensioenen voor de hertrouwde

lingen resp. f 168 270 000 en f 144 242 000 (staten 31 en 32, weduwen, die bij het overlijden van den tweeden echtgenoot

post 3 der lasten) te deelen door de contante waarde van eene weder in het genot van pensioen treden. Hiervoor is gevonden

doorloopende jaarlijksche bijdrage van 1 pet. over den pensioens- f 178 176, waardoor bovengenoemd bedrag stijgt tot f 23 351 733,

grondslag ad f 17 319 000 (staat 31, post 2 der baten) en welk bedrag als eerste post in de beide staten 33 en 34 is

bedraagt derhalve opgenomen, daar deze pensioenen volgens de voorstellen der

168 270 000 Staatscommissie ongewijzigd blijven, voor het ontwerp der Staatscommissie — 3190QQ = 9;72 /o

144 242 000 § 8- Berekening van de contante waarde der toekomstige

voor den bestaanden toestand 17 319 000 ~ weduwe- en weezenpensioenen voor de op 31 December

1916 aanwezige ambtenaren en onderwijzers.

Ook deze beide bedragen zijn aan het eind der staten 81 en (Staten 25, 26 en 27.)

32 opgenomen. ■ .. . . De tweede post onder de lasten wordt. gevormd door de Het is wellicht niet overbodig op te merken, dat wijziging 5 *. ■ -.^ ^ , * neu is weiiiuiiu uw» v o f > „+„ii{„„ contante waarde van de toekomstige weduwe- en weezenin het aantal aanstellingen en de grondslagen bij aanstelling . , , , 0 . , . in net aauidi *uu.iemuBcu e B j 0 pensioenen voor de ambtenaren en onderwijzers zoowel in o-ppn of zoo goed als geen invloed uitoefenen op deze percentages. * . uLJrj 01 geen 01 ^uu gueu aio 6^ dienst, als gepensionneerd en op wachtgeld, aanwezig op 31

HOOFDSTUK II December 1916. Daar deze pensioenen volgens het voorstel

der Commissie alle zullen worden verhoogd, moest deze be-

Berekeningen betreffende de Weduwe- en rekening zoowel voor den ouden als voor den nieuwen toestand

Weezenpensioenen. worden verricht. In de eerste plaats zijn hiervoor weer pen-

Gr dsla en sioenfactoren noodig nl. Mf en Daar voor de afleiding

° " 9 ' dezer pensioenfactoren bekend moet zijn op welke wijze het

(Staten 1, 2 en 22). weduwe- en weezenpensioen wordt berekend, volgt in de eerste

Zooals in de inleiding reeds met een enkel woord is ver- P^ats hier een overzicht van de bepalingen, welke hierop

meld is voor de berekening van de lasten en baten der weduwe- betrekking hebben, zoowel volgens het ontwerp der Staats-

en weezenpensioenen gebruik gemaakt van de gegevens en de commissie als volgens den bestaanden toestand,

methoden der vijfde Wetenschappelijke Balans van het weduwen- Ontwerp der Staatscommissie. Bestaande toestand. en weezenfonds voor burgerlyke ambtenaren. Als sterftetafels

voor de ambtenaren en onderwijzers zijn dus, dezelfde tafels Het onverhoogde weduwe- Het onverhoogde weduwegekozen, welke reeds voor de berekeningen' betreffende de pensioen bedraagt 40 % van pensioen bedraagt ys van den eigen pensioenen zijn toegepast (staten 1 en 2). De vrouwen den pensioensgrondslag tot pensioensgrondslag tot f 2400 tafel (staat 12) kan hier buiten beschouwing blijven, daar de f 3000 (maximum derhalve (maximum derhalve f 800). kosten van de weezenpensioenen voor deze categorie uiterst f 12.00). Het vervalt bij her- Het vervalt bij hertrouwen gering zijn, zooals de ondervinding bij het weduwen-en weezen- trouwen maar keert terug bij maar keert terug bij den dood fonds heeft geleerd. Het percentage, noodig ter dekking van den dood van den tweeden of van den tweeden of lateren den pensioenslast van deze categorie, is dan ook een zoo kleine lateren echtgenoot. echtgenoot, fractie dat het, binnen de grenzen der nauwkeurigheid van Het pensioen voor kinderen Het pensioen voor kinderen deze berekening, kan worden verwaarloosd. bedraagt: bedraagt:

Ook de weduwentafel, benevens de hertrouwingskansen der a. indien hun moeder in os. indien hun moeder in

weduwen (staat 22) zijn aan bovengenoemde balans ont- leven is, 71/» % van den pen- leven is V16 van den pensioens-

leend terwijl eveneens, op het voetspoor dezer balans, kinder- sioensgrondslag van den vader grondslag van den vader (tot

sterfte buiten rekening is gelaten, ofschoon deze bij de voor- (tot f3000) voor elk kind, tot f2400) voor elk kind, tot een

stellen der Staatscommissie grooteren invloed heeft dan bij den een maximum van 8 kinderen; maximum van 5 kinderen;

bestaanden toestand. b. indien hun moeder over- b. indien hun moeder over-

Als rentevoet is ook hier 4 % gekozen. leden is 121/, % van den pen- leden is y„ van den pensioens-

Voor eene uiteenzetting der gevolgde methode moge naar sioensgrondslag van den vader grondslag van den vader, (tot

meergemelde balans worden verwezen, waar deze uitvoerig (tot f 3000) voor elk kind, tot f 2400) tot een maximum van

io tno™i!nhi een maximum van 8 kinderen. 3 kinderen.

Ook deze beide bedragen zijn aan het eind der staten 81 en 32 opgenomen.

Het is wellicht niet overbodig op te merken, dat wijziging in het aantal aanstellingen en de grondslagen bij aanstelling geen of zoo goed als geen invloed uitoefenen op deze percentages.

HOOFDSTUK II.

Berekeningen betreffende de Weduwe- en Weezenpensioenen.

§ 6. Grondslagen. (Staten 1, 2 en 22).

Zooals in de inleiding reeds met een enkel woord is vermeld, is voor de berekening van de lasten en baten der weduween weezenpensioenen gebruik gemaakt van de gegevens en de methoden der vijfde Wetenschappelijke Balans van het weduwenen weezenfonds voor burgerlyke ambtenaren. Als sterftetafels voor de ambtenaren en onderwijzers zijn dus, dezelfde tafels gekozen, welke reeds voor de berekeningen betreffende de eigen pensioenen zijn toegepast (staten 1 en 2). De vrouwen tafel (staat 12) kan hier buiten beschouwing blijven, daar de kosten van de weezenpensioenen voor deze categorie uiterst gering zijn, zooals de ondervinding bij het weduwen-en weezenfonds heeft geleerd. Het percentage, noodig ter dekking van den pensioenslast van deze categorie, is dan ook een zoo kleine fractie dat het, binnen de grenzen der nauwkeurigheid van deze berekening, kan worden verwaarloosd.

Ook de weduwentafel, benevens de hertrouwingskansen der weduwen (staat 22) zijn aan bovengenoemde balans ontleend, terwijl eveneens, op het voetspoor dezer balans, kindersterfte buiten rekening is gelaten, ofschoon deze bij de voorstellen der Staatscommissie grooteren invloed heeft dan bij den bestaanden toestand.

Als rentevoet is ook hier 4 % gekozen.

Voor eene uiteenzetting der gevolgde methode moge naar meergemelde balans worden verwezen, waar deze uitvoerig is toegelicht.

Ontwerp der Staatscommissie.

Het onverhoogde weduwepensioen bedraagt 40 % van den pensioensgrondslag tot f 3000 (maximum derhalve f 12.00). Het vervalt bij hertrouwen maar keert terug bij den dood van den tweeden of lateren echtgenoot.

Het pensioen voor kinderen bedraagt:

a. indien hun moeder in leven is, 7VS % van den pensioensgrondslag van den vader (tot f 3000) voor elk kind, tot een maximum van 8 kinderen;

b. indien hun moeder overleden is 12y2 % van aen Pensioensgrondslag van den vader (tot f 3000) voor elk kind, tot een maximum van 8 kinderen.

Sluiten