Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der nieuwe aanstellingen worden berekend, benevens het per- is, om die pensioenen tot het einde toe te voldoen, bedraagt

centage dat gedurende den diensttijd over den pensioensgrondslag rond f 49 millioen

en, voor zoover den bestaanden toestand betreft, ook na pen- terwijl de contante waarde der pensioenen

sionneering over het pensioen zou moeten worden betaald om Ie verleenen aan hen die toen in dienst

den pensioenslast voor de in de toekomst aan te stellen waren bedraagt rond .... 233

ambtenaren en onderwijzers geheel te dekken. , " ■

Tot grondslag van deze berekening zijn gekozen de aan- , en die der pensioenen te verleenen aan

stellingen van ambtenaren en onderwijzers uit het tijdvak hen' die na dien datum worden aangesteld

1 Januari 1911—31 December 1915 en derhalve dezelfde welke rond144 "

in de 5de wetenschappelijke balans zijn gebruikt. bedraagt, gevende in totaal aan lasten een

bedrag van rond f 426 millioen.

Lasten. Deze zijn verkregen door-de pensioensgrondslagen ' ., , •..,„,„

bij aanstelling uit bovenvermeld vijfjarig tijdvak tot f 3000 A Dafr..blijkens faat 3f>de contantfwaarde °F'31 December 1916

of tot f 2400 (staat 30) te vermenigvuldigen resp. met de der, b.ij_dragen, door de toen in dienst zijnde ambtenaren en

pensioenfactoren afgeleid uit de kolommen 6, 8 en 10, of 7. onderwijzers ten aanzien van hun pensioen verschuldigd,

9 en 11 van staat 26. Op deze wijze is gevonden voor de bedraagt rond f 24 millioen

contante waarde der toekomstige weduwe- en weezenpensioenen en die der bijdragen, door de na dien datum voor de nieuwe aanstellingen van één jaar: aangestelde ambtenaren en onderwijzers vervolgens het wetsontwerp der Staatscommissie f 3 574 415 schuldigd rond 48 „

volgens den bestaanden toestand 2 464 078

, „ i on ako • f co ooi noi ™-„n,„ bedraagt de contante waarde van alle nog

of gekapitaliseerd resp. f 91 130 058 en f 62 821 921, welke , & , . , °

, , 1 , . o . , j„ oq „„ oi te ontvangen bijdragen ten aanzien van het

bedragon als post 3 onder de lasten in de staten 66 en 34 . &. J ,°

.. eigen pensioen rond f 72 millioen,

zijn opgenomen. I ° * '

zoodat de contante waarde der lasten die der baten overtreft

Baten. Ingevolge het door de Staatscommissie aangenomen met een bedrag van f426 millioen—f72 millioen —f354 millioen.

beginsel van premievrij pensioen is ook hier de contante waarde Dit bedrag stelt dus den pensioenslast van den Staat voor

van eene doorloopende jaarlijksche bijdrage van 1 pct. berekend op 31 December 1916 volgens de bepalingen der thans geldende

en wel op dezelfde wijze als bij het personeel aanwezig op pensioenwetten en wel

31 December 1916, d. i. over den vollen pensioensgrondslag ten aanzien der loopende pensioenen . . f 49 millioen

gedurenden den diensttijd. Hiervoor kan weder hetzelfde bedrag j pensioenen eventueel toe

worden genomen als voor de eigen pensioenen, met weglating fe kennen" aan hen, die op 31 December 1916

dervrouwelijke ambtenaren en onderwijzeressen en met bijvoeging in dienstwarenf233 millioen—f24 millioen = 209 der werklieden bij inrichtingen van s Rijks Zee- en Landmacht.

Voor den bestaanden toestand is weder op volkomen dezelfde | en ten aanzien der pensioenen, toe te

wijze gehandeld als in de 5de W. B. De aldus gevonden be- kennen aan hen, die na 31 December

dragen, resp. groot f 14 627 000 en f 68 995 132 komen voor j 1916 worden aangesteld f 144 millioen—

als post 2 onder de baten in staat 33 en 34. Evenals bij de | f 48 millioen 96 ,

eigen pensioenen is uit de hierboven vermelde uitkomsten op Totaal f 354 millioen

eenvoudige wijze het percentage af te leiden dat vereischt wordt

om den pensioenslast voor de in- de toekomst aan te stellen Uit staat 31, welke de uitkomsten omtrent de eigen pensioenen

ambtenaren en onderwijzers geheel te, dekken. Dit percentage volgens de voorstellen der Staatscommissie bevat, blijkt, dat

wordt n.1. vorkregen door de contante waarde der lasten te I de contante waarde op 31 December 1916* der toen loopende

deelen door de contante waarde van eene doorloopende jaar-.! pensioenen dan bedraagt rond f 49 millioen

lijksche bijdrage van 1 pct. en bedraagt dus volgens die der pensioenen, te verleenen aan hen,

91 130 000 die toen in dienst waren rond 261 „

de voorstellen der Staatscommissie: = 6,23 pct.

14 o2 / 000 en die der pensioenen te verleenen aan

62 822 000 hen, die na dien datum worden aangesteld rond 168 „ den bestaanden toestand: x 68 995 000 = 4>55 »

welke beide percentages ook in de staten 33 en 34 aan het Sevende 111 *otaal aa" lasten een bedrag

. , , 1 van rond f 478 millioen.

eind voorkomen.

■ . , , • , Daar wordt voorgesteld, dat door de ambtenaren en onder-

Evenals in 5 5 bn de eigen pensioenen, kan hier worden .. ,„ . , ' , . , ,

, , " 8 .. :J . . ■ . , , . „. . wijzers zelf niet meer voor hun eigen pensioen zal worden

opgemerkt dat wnziging in het aantal aanstellingen en de ... , ■ , ,, ,., , , , . ,

upgcuacuvi, -j & & bijgedragen, stelt dit bedrag dus den pensioenslast voor den

grondslagen bij aanstelling geen of zoo goed als geen invloed C!r'. „ °

.. „ , oLcLciu voor.

uitoefenen op deze percentages. De voorstellen der staatscommissie leggen dus ten aanzien

der ambtenaarspensioenen een • grooteren last op den Staat van

HOOFDSTUK III. rond f478 millioen—f354 millioen = rond f124 millioen en

wel een grooteren last ten aanzien van de indienstzijnden van

§ 11. Financieele gevolgen van de voorstellen der f261 millioen—f209 millioen = . . . . f 52 millioen

Staatscommissie. en ten aanzien van hen, die na 31 December

, .. . .. 1916 worden aangesteld van f 168 millioen—

Zooals in de vorige §§ reeds is medegedeeld, zijn de uit- fg6 miliioen _ 72

komsten der berekeningen opgenomen in de staten 31^—34.

Te zamen . . . f 124 millioen.

Uit staat 32, welke de uitkomsten omtrent de eigen pensioenen volgens de thans geldende pensioenwetten bevat, blijkt, dat Zooals trouwens uit bovenstaande cijfers blijkt, zij er nog de contante waarde op 31 December 1916 der toen loopende de aandacht op gevestigd, dat is aangenomen, dat de pensioenen pensioenen (daaronder begrepen die te verleenen aan hen, der reeds gepensionneerde ambtenaren en onderwijzers onverdie toen wachtgeld genoten), d. i. het bedrag, dat met de anderd blijven.

daarvan te kweeken rente ad 4 % noodig en voldoende Wanneer de overgang van het tegenwoordige systeem van

76 /n 00 yy° 1juu

welke beide percentages ook in de staten 33 en 34 aan het eind voorkomen.

Evenals in § 5 bij de eigen pensioenen, kan hier worden opgemerkt dat wijziging in het aantal aanstellingen en de grondslagen bij aanstelling geen of zoo goed als geen invloed uitoefenen op deze percentages.

HOOFDSTUK III.

§ 11. Financieele gevolgen van de voorstellen der Staatscommissie.

Zooals in de vorige § § reeds is medegedeeld, zijn de uitkomsten der berekeningen opgenomen in de staten 31^—34.

Uit staat 32, welke de uitkomsten omtrent de eigen pensioenen volgens de thans geldende pensioenwetten bevat, blijkt, dat de contante waarde op 31 December 1916 der toen loopende pensioenen (daaronder begrepen die te verleenen aan hen, die toen wachtgeld genoten), d. i. het bedrag, dat met de daarvan te kweeken rente ad 4 % noodig en voldoende

Sluiten