Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorziening in de pensioenslasten tot het gemiddelde premie- Dit bedrag is ruimschoots gedekt, daar een kapitaal van

systeem op dezelfde wijze wordt geregeld als in art. 68 der rond f 66 millioen in het Weduwen- en Weezenfonds voor

Pensioenwet voor de gemeenteambtenaren 1913 ten aanzien Burgerlijke Ambtenaren aanwezig is.

der gemeenten, die een pensioenregeling hadden is bepaald, dan Volgens de voorstellen der Staatscommissie bedragen de

zou het gevolg van de voorstellen der Staatscommissie zijn, lasten rond f 236 millioen.

indien deze met ingang van 1 Januari 1917 wet waren ge- Daar wordt voorgesteld de bijdragen der ambtenaren en

worden: onderwijzers en gepensionneerde ambtenaren en onderwijzers

1». dat de Staat derft de kortingen der ambtenaren en *e doen vervallen, geven de voorstellen der Staatscommissie

onderwijzers, welke thans gemiddeld jaarlijks rond f 2,5 mil- ^er! aanzien w*duwe/ en weezenpensioenen een grooteren

Hoen bedragen en waarvan de contante waarde bedraagt rond ia*^ ™n «md f 236 millioen — rond f 47 millioen = rond

f 72 millioen; f \89 millloen- - w

Aangezien in het Weduwen- en Weezenfonds voor Burgerlijke

2°. dat de Staat heeft te voorzien in de jaarlijksche uit- Ambtenaren een bedrag van rond f 66 millioen aanwezig is,

gaven aan pensioenen der thans reeds gepensionneerde ambte- blijft nog door den Staat te voorzien in een bedrag van rond

naren en onderwijzers, zijnde thans rond f 6,3 millioen, welk f 236 millioen — rond f 66 millioen = rond f 170 millioen,

bedrag geleidelijk daalt en waarvan de contante waarde blijkens en wel ten aanzien der op 31 December 1916 aanwezige weduwen^

staat 31 bedraagt rond f 49 millioen; ambtenaren en onderwijzers in een bedrag van f 23 352 000 -f

. , . f 121859000—f66000000 = rond f 79 millioen en ten aan-

3°. dat de Staat heeft te voorzien in de uitgaven aan pen- zien van hen die later WOrden aangesteld in een bedrag van

sioenen, eventueel te verleenen aan de thans in dienst zijnde rond f 91 millioen

ambtenaren en onderwijzers en waarvan de contante waarde Wanneer hier de' Staat in de lasten der weduwe- en weezenblijkens staat 31 bedraagt rond f 261 millioen; pensioenen der ambtenaren en onderwijzers voorziet op analoge 4°.' dat de Staat jaarlijks heeft te betalen de netto premie wÜze als in de Weduwenwet voor de gemeenteambtenaren ad 9,72 % vermeerderd met de administratiekosten derhalve 1913 ten aanzien der gemeenten is bepaald, dan zal derhalve fond 10 % van de som'der pensioensgrondslagen der ambte- de Staat hebben te betalen:

naren en onderwijzers, na de invoering der wet aangesteld, 1°. jaarlijks de netto premie ad 6,23 % vermeerderd met waarvan de contante waarde blijkens staat 31 bedraagt rond de administratiekosten derhalve rond 6,5 % van de som der f 173 millioen, waarvan f 168 millioen bestemd is tot dekking pensioensgrondslagen der indienstzijnde mannelijke ambtenaren der pensioenen. , en onderwijzers. Bedenkt men dat de som der pensioensgrondWanneer echter bedoelde overgang geschiedt zooals in de slagen op 31 December 1916 bedroeg rond f 68,5 millioen en Pensioenwet .voor de gemeenteambtenaren 1913 is bepaald ten blijkens staat 33 de contante waarde van een bijdragte ad 1 % aanzien der overige gemeenten, dan blijven de uitgaven hierboven van de som der pensioensgrondslagen der ambtenaren en ondersub 1°., 2°. en 4°. onveranderd, doch treedt in plaats van het onderwijzers bedraagt f 11,673 millioen dan zal de uitgaaf hierboven vermelde sub 3°.: aanvankelijk jaarlijks f 4,5 millioen bedragen en de contante

a. dat de Staat jaarlijks heeft te betalen rond 10 % Van waarde *e° jD#ag van rond.f 76 milloen» waarvan rond 73 de som der pensioensgrondslagen der ambtenaren en onder- milll0en tot dekking der Pensi°enen.

wijzers bij de invoering van de wet in dienst. Bedenkt men 2°- een 40-jarige annuïteit van rond f 0,3 millioen. (5,05

dat de som der pensioensgrondslagen op 31 December 1916 Pct- van f 79 millioen — f 73 millioen).

bedroeg rond f 78 millioen en blijkens staat 31 de contante 3°. jaarlijks 6,5 pct. van de som der pensioensgrondslagen

waarde van een bijdrage ad 1 % van de som der pensioens- der ambtenaren en onderwijzers, na de invoering der wet

grondslagen dier ambtenaren en onderwijzers bedraagt rond aangesteld en waarvan de contante waarde blijkens staat 33

f 13 millioen, dan zal de,uitgaaf aanvankelijk jaarlijks f7,8 bedraagt, rond f95 millioen (nl. 6,5 X 14 627 000), waarvan

millioen bedragen en de contante waarde een bedrag van rond 91 millioen tot dekking der pensioenen, f 130 millioen vertegenwoordigen, waarvan f 126 millioen

voor dekking der pensioenen; Een nauwkeurige bepaling van de lasten en baten naar den

b. .dat de Staat wordt belast met een 40-jarige annuïteit toestand op het oogenblik, dat de voorstellen der Commissie wet van rond f 6,8 millioen (5,05 pct. van f 261 millioen - f 126 f1Jn ,gef°rden'. 1S, m! den aard der zaak niet mogelijk. Daarbij millioen) komt, dat de invloed van de buitengewone verhooging, die na

31 December 1916 de traktementen hebben ondergaan ten gevolge

Het behoeft geen betoog, dat nog op andere wijze de overgang van het salarisbesluit van 3 September 1918, (Staatsblad n°. 541)

van het tegenwoordige stelsel tot dekking der lasten tot het en van die welke vermoedelijk op 1 Januari 1920 in werking zal

gemiddeld premiesysteem kan geschieden. Wij meenen echter treden thans nog niet met nauwkeurigheid is aan te geven. Men

voorloopig te kunnen volstaan met die, welke in de Pensioen- zal dus in deze met een vrij ruwe schatting moeten volstaan,

wet voor de gemeenteambtenaren hare toepassing vindt. Er kan evenwel worden opgemerkt, dat de invloed dor buiten-

Omtrent de bovenmedegedeelde cijfers zij opgemerkt, dat de gewone salarisverhooging op de premiën, uitgedrukt in percenten

lasten en baten der nieuwe aanstellingen zijn verkregen door van de pensioensgrondslagen, welke noodig en voldoende zijn

uit te gaan van het gemiddeld aantal jaarlijksche nieuwe om de lasten te dekken der pensioenen, toe te kennen aan de

aanstellingen uit het tijdvak 1 Januari 1910—31 December 1914. ambtenaren en de weduwen en weezen van ambtenaren, die

Blijkt dit aantal in de toekomst hooger dan hier is aangenomen, na invoering van de wet zullen worden ' aangesteld, slechts

dan zal ook het bedrag noodig tot dekking dier pensioenslasten gering is en deze voorloopig kunnen worden bepaald respectie-

een evenredige verhooging moeten ondergaan. velijk op 10 pct. en 6,5 pct., doch dat de invloed op de totale

De uitkomsten betreffende de weduwe- en weezenpensioenen lasten voor den Staat zeer groot is.

zijn opgenomen in de staten 33 en 34. Uit deze blijkt dat Men vindt dan,* dat in plaats van de hierboven vermelde

.de lasten volgens de tegenwoordige regeling bedragen van den meerderen last voor den Staat voor eigen

bedragen rond f 172 millioen pensioen en weduwe- en weezenpensioen ad f124 millioen en

terwijl alle nog te betalen bijdragen der fl7° millioen, respectievelijk in de plaats treden f 248 millioen

ambtenaren en gewezen ambtenaren be- en 1 378 millioen, terwijl de overige cijfers, in verband hiermede,

dragen rond ' . 125 eveneens belangrijke globale wijzigingen zullen ondergaan.

Zoo zal, indien de Staat in het vervolg in de lasten der

zoodat nog gedekt moet worden rond. . f 47 millioen. eigen pensioenen zal voorzien, volgens het systeem, neergelegd

Sluiten