Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overzicht der Staten.

Staat 1. Sterfte-pensionneerings- en ontslagtafel voor in dienst I zijnde mannelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzers te zamen, benevens het beloop der actieven voor de ambtenaren en de onderwijzers elk afzonderlijk. Waarnemingstijdvak voor ambtenaren 1 Januari 1891— 31 December 1914, voor onderwijzers 1 Januari 1906—31 December 1914.

„ 2. Sterftetafel en praenumerando lijfrente voor gepensionneerde en op wachtgeld gestelde mannelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzers. Waarnemingstijdvak voor ambtenaren 1 Januari 1891—31 December 1914, voor onderwijzers 1 Januari 1906—31 December 1914.

„ 3. Op 31 December 1916 loopende eigen pensioenen en wachtgelden van mannelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzers.

„ 4. Verhoudingsgetallen V, (3) V en (5) V afgeleid uit de volle verhoogingen van pensioensgrondslag toegekend aan in dienst zijnde mannelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzers,in het tijdvak 1 Januari 1910— 31 December 1914.

„ 5. Pensioenfactoren Ix + i voor eigen pensioenen van mannelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzers voor de pensioenbepalingen vervat in de voorstellen der Staatscommissie.

„ 6. Pensioenfactoren Ix + i voor eigen pensioenen van mannelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzers naar de thans geldende pensioenbepalingen.

„ 7. Aantallen en volle pensioensgrondslagen, gerangschikt naar leeftijd en diensttijd, der mannelijke rijksburgerlijke ambtenaren in dienst op 31 December 1916 met uitzondering van de gemeentelijke leeraren aangesteld vóór 1 Januari 1906 en van de bijzondere leeraren aangesteld vóór 1 October 1913.

„ 8. Onderwijzers in dienst op 31 December 1916.

„ 9. Bijdragefactoren voor in dienst zijnde mannelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzers.

'1 10. Mannelijke rijksburgerlijke ambtenaren in dienst op 31 December 1916 benevens de aanstellingen en de toegekende volle verhoogingen in de jaren 1913—1916.

aatll. Aanstellingen van mannelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzers in het tijdvak 1 Januari 1910— 31 December 1914.

„ 12. Pensionneeringskans voor in dienst zijnde vrouwelijke rijksburgerlijke ambtenaren. en onderwijzeressen en het beloop der actieven voor beide groepen te zamen en voor elk afzonderlijk. Waarnemingstijdvak voor vrouwelijke ambtenaren 1 Januari 1891—31.December 1914, voor onderwijzeressen 1 Januari 1906—31 December 1914.

„ 13. Op 31 December 1916 loopende eigen pensioenen en wachtgelden van vrouwelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzeressen.

„ 14. Verhoudingsgetallen V, (S)V en (6)V afgeleid uit de volle verhoogingen van pensioensgrondslag, toegekend aan in "dienst zijnde vrouwelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzeressen in het tijdvak 1 Januari 1910—31 December 1914.

„ 15. Pensioenfactoren Ix + A voor eigen pensioenen van vrouwelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzeressen voor de pensioenbepalingen vervat in de voorstellen der Staatscommissie.

„ 16. Pensioenfactoren Ix + i voor eigen pensioenen van vrouwelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzeressen naar de thans geldende pensioenbepalingen.

„ 17. Aantallen en volle pensioensgrondslagen, gerangschikt naar leeftijd en diensttijd der vrouwelijke rijksburgerlijke ambtenaren in dienst op 31 December 1916, met uitzondering van de gemeentelijke leeraressen aangesteld vóór 1 Januari 1906 en van de Dij zondere leeraressen aangesteld vóór 1 October 1913.

„ 18. Onderwijzeressen in dienst op 31 December 1916.

„ 19. Bijdragefactoren voor in dienst zijnde vrouwelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzeressen.

„. 20. Vrouwelijke rijksburgerlijke ambtenaren in dienst op 31 December 1916, benevens de aanstellingen en toegekende volle verhoogingen in de jaren 1913—1916.

„ 21. Aanstellingen van vrouwelijke rijksburgerlijke ambtenaren en onderwijzeressen in het tijdvak 1 Januari 1910—31 December 1914.

Sluiten