Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSCOMMISSIE ter voorbereiding van een algemeene herziening der niet-militaire pensioenwetgeving.

's Gravenhage, November 1919.

Aan

'Rare Majesteit de Koningin.

Gebruik makende van de bevoegdheid toegekend onder 3°. van Uwer Majesteits besluit van 8 November 1915, n°. 38, veroorlooft zich de ondergeteekende, lid van de in genoemd besluit bedoelde Staats-Commissie, Uwer Majesteit eerbiedig bij afzonderlijke Nota zijne denkbeelden over een onderdeel van het pensioenrecht der Burgerlijke Ambtenaren uiteen te zetten, waaromtrent in die Commissie geen eenstemmigheid kon worden verkregen.

Het betreft de bepaling van het bedrag waarnaar het pensioen zal worden berekend. Ondergeteekende zou dit laatste wenschen te zien berekend naar den pensioensgrondslag, welke heeft gegolden gedurende de laatste twaalf maanden, aan den dag van ingang van het ontslag voorafgaande.

In art. 50 van het Uwe Majesteit aangeboden Wetsontwerp zou hij de woorden ,3 jaren" wenschen te zien gewijzigd in „12 maanden".

Het lid der Commissie, (w.g.) Zeilmaker.

Toelichting.

Zooals bekend, is steeds het pensioen der openbare onderwijzers berekend naar hun pensioens^ondslag over de laatste 12 maanden en wordt o. a. ook in iiet Uwe Majesteit aangeboden ontwerp tot regeling der militaire pensioenën de berekening van het pensioen volgens dien grondslag voorgesteld, 't Is den ondergeteekende niet duidelijk waarom in dezen de Burgerlijke Ambtenaren zouden moeten achterstaan bij de militairen. Zal de nieuWe salaris-regeling der ambtenaren in het pensioen tot uiting komen, dan is de door ondergeteekende voorgestelde wijziging van het wetsontwerp zeker alleszins gewettigd. Algemeen is de wensch der Burgerlijke Ambtenaren dat hun pensioen volgens den grondslag der laatste 12 maanden zal worden berekend. Men vergete niet dat over het algemeen die ambtenaren, vóór het verlaten van den dienst op 55 of 65 jarigen leeftijd, meestal slechts korten tijd in het genot van hun maximumjaarwedde zijn geweest. De gevolgen van de dikwijls trage promotie worden' daardoor ook nog in het pensioen in hooge mate gevoeld.

Nog zij medegedeeld dat, naar van betrouwbare zijde werd verzekerd, de voorgestelde wijziging geen zware offers van de schatkist vordert.

46

Sluiten