Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSCOMMISSIE ter voorbereiding van eene algemeene herziening der niet-militaire pensioenwetgeving.

's-Gravenhage, November 1919

Aan

Hare Majesteit de Koningin.

Gebruik makende van de bevoegdheid "hun toegekend onder 3°. van Uwer Majesteits Besluit van 3 November 1915 n°. 38 veroorloven zich de ondergeteekenden, leden van de in genoemd Besluit bedoelde Staatscommissie, Uwe Majesteit eerbiedig bij afzonderlijke nota hunne denkbeelden over een onderdeel van het pensioenrecht der burgerlijke ambtenaren uiteen te zetten, waaromtrent in die Commissie geen eenstemmigheid kon worden verkregen.

Het betreft het zoogenaamd uitgesteld leeftijdspensioen, dat ondergeteekenden zouden wenschen te zien aanvaard, in gevallen waarin een diensttijd van 15 jaar is vervuld.

De leden der Commissie, (w.g.) Zeilmaker.

A. L. Scholtens.

TüRKSMA.

Toelichting.

Het schijnt ondergeteekenden niet billijk aan een ambtenaar, die in dienst van particulieren overgaat vóór hij zijn aanspraak op pensioen van Rijkswege kan doen gelden, dit pensioen te onthouden wanneer hij den daarvoor vastgestelden leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Menig ambtenaar zal door deze bepaling tegen zijn wensch in Staatsdienst blijven. Woidt hem daarentegen het overgaan in particulieren dienst niet moeilijk gemaakt, dan zal daardoor niet alleen het belang van den ambtenaar, maar ongetwijfeld ook de dienst in hooge mate worden gebaat. De gemeenschap wint er bij, wanneer zooveel mogelijk de werkkrachten komen ter plaatse waar zij behooren en waar de betrokkene zijn persoonlijkheid kan ontplooien, zoodat deze tot haar volle recht komen. Hoe minder bezwaren • het losmaken van het dienstverband in den weg worden gelegd, hoe meer in 'de verschillende functiën de rechte man op de rechte plaats zal komen, hetgeen niet anders dan in het belang der gemeenschap kan zijn.

Neemt men in aanmerking, dat het hier over betrekkelijk ' weinig personen zal gaan, en dat tegenover dezen meerderen last staat een bate doordat de hier bedoelden niet meer in dienst blijven en hun dus geen invaliditeitspensioen behoeft te worden toegekend, dan mag veilig worden aangenomen, dat de kosten van den gewenschten maatregel gering zullen zijn.

47

Sluiten