Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier bestaat derhalve een halfslachtige toestand en hierin kan een motief gelegen zijn, van deze gelegenheid gebruik te maken om dien toestand te beëindigen en het personeel van eene bijdrage voor eigen pensioen vrij te stellen. Anders staat echter de zaak ten opzichte van het weduwe- en weezenpensioen. Voor de betaling van dit pensioen worden thans van de, openbare kassen geen opofferingen gevorderd. Het weduwen- en weezenfonds voor burgerlijke ambtenaren is in staat, met behulp van de korting op de traktementen der deelgerechtigden, de pensioenslasten te dragen.

De regeling van de pensioenen der nagelaten betrekkingen berust derhalve op eene, uit financieel oogpunt, volkomen gezonde en zuivere basis. De ondergeteekenden kunnen niet inzien, dat er aanleiding voor zou bestaan, met deze regeling te breken. Zoodanige aanleiding zou slechts aanwezig kunnen geacht worden indien de tot dekking van de hierbedoelde pensioenslasten noodige bijdragen onder de nieuwe regeling een zoo belangrijk percentage van de wedden zouden uitmaken, dat die korting niet door de ambtenaren zou gedragen kunnen worden. Dit is echter niet het geval. Onder den bestaanden toestand wordt voor het eigen pensioen, van de ambtenaren en andere pensioengerechtigden eene bijdrage gevorderd, die, hetzij in den vorm van afloopende korting hetzij als jaarlijksche heffing, twee of omstreeks drie percent van de wedde beloopt. Daarenboven wordt voor het pensioen der nagelaten betrekkingen op de salarissen jaarlijks vijf ten 'honderd van den pensioensgrondslag, tot een maximum van f 2400, gekort. In totaal betalen de pensioensioengerechtigden derhalve gemiddeld eene bijdrage van 7 of 8 percent van den pensioensgrondslag behoudens het zooeven bedoelde maximum- Voor de dekking van de lasten, die, onder de nieuwe regeling, door de pensioenneering der nagelaten betrekkingen zullen veroorzaakt worden, kan volstaan worden met eene jaarlijksche korting van 7 ten honderd van den pensioensgrondslag tot een maximum van f 3000. De verhooging van dit maximum is het gevolg van de in het wetsontwerp neergelegde bepaling, dat het weduween weezenpensioen ten hoogste over een bedrag van f 3000 wordt berekend.

Bij toepassing van de zooeven bedoelde korting zullen de openbare kassen geen offer voor de weduwe- en weezenpensioenen behoeven te brengen behoudens eene, over een lang tijdvak te verdeelen, bijdrage voor het, bij de invoering van de wet in dinst zijnde personeel, wier nagelaten betrekkingen in de gunstige bepalingen dier wet zullen deelen niettegenstaande tot op het tijdstip dier invoering, door dat personeel slechts 5 ten honderd in stede van 7 percent werd bijgedragen.

De ondergeteekenden hebben zich uit den aard der zaak de vraag gesteld of de argumenten, welke de meerderheid deiStaatscommissie voor de afschaffing van elke korting aanvoert, van zoodanig gewicht zijn te achten, dat hiervoor de door hen voorgestane opvatting zou moeten wijken. Zij meenen die vraag ontkennend te moeten beantwoorden. Vooropgesteld moge worden, dat in de, door de Staatscommissie ontworpen Memorie van Toelichting voor het niet heffen van eene bijdrage wegens pensioen aan de nagelaten betrekkingen, uitsluitend een beroep wordt gedaan op de vereenvoudiging, welke de praktijk zal ondergaan door het wegvallen van de individueele kortingen en daarmede van de meerdere administratieve werkzaamheden, aan de berekening, overbrenging en controle van de bijdragen verbonden. Te dezen aanzien zij opgemerkt, dat thans voornamelijk de afloopende kortingen tot administratieven omslag aanleiding geven. Bij eene doorloopende korting van 7 ten honderd der wedden, zooals de ondergeteekenden zouden wenschen, zal reeds eene belangrijke vereenvoudiging worden verkregen. Wordt de administratie op practische wijze gevoerd en voor grootere personeelsgroepen het kaartsysteem gevolgd, dan zijn uit dezen hoofde geen bezwaren van ernstigen aard te duchten. In elk geval kunnen, naar de meening van ondergeteekenden, die bezwaren niet van genoegzaam gewicht worden geacht om de op principieële en financieële gronden wenschelijke korting te doen vervallen.

Sluiten