Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanleiding geeft tot het samenvoegen van diensten in de meest heterogene betrekkingen bewezen en daardoor tot eene onredelijke en menigmaal onbillijke wijze van pensioensberekening.

Zou men nu hiertegen aanvoeren, dat het wetsontwerp in het midden laat, wat onder eene „betrekking" is te verstaan en in een geval, als in voorbeeld n°. 5 behandeld, de autoriteit, die het pensioen toekent, vrij is de tijdperken van dienst in verschillende betrekkingen samen te voegen zóó als hem het meest rationeel voorkomt en ongeacht de juistheid der stelling, dat onder „betrekking" redelijkerwijze behoort te worden verstaan het dienstverband, dat aanwezig was tusschen het tijdstip van aanstelling en dat van het ontslag, dan zij daarop geantwoord, dat zich tal van gevallen kunnen voordoen, waarin de samenvoeging van gelijksoortige diensten nog bezwaarlijker ware te verdedigen, dan de in het voorbeeld n°. 5 gewraakte splitsing der betrekkingen b en c. Men denke b. v. aan de mogelijkheid van herplaatsing, vele jaren nadat men uit eene betrekking werd ontslagen, in eene andere gelijksoortige. Moet men dan, niettegenstaande de veeljarige dienstinterruptie, toch de diensten in gelijksoortige betrekkingen samenvoegen ? Het wetsontwerp I laat ten opzichte van dit belangrijk punt zóóveel ruimte, dat het voor de meest willekeurige wetstoepassing de deur wijd openstelt. Het is, ook in dit opzicht, niet voor amendeering vatbaar. Want, zoodra men in de wet zou willen formuleeren, wat is te verstaan onder het begrip „betrekking", zal men hebben te kiezen tusschen de zooeven omschreven beperkte beteekenis, zulks met de reeds hierboven, aangetoonde irrationeele consequentie's, en eene ruimere omschrijving, waarbij het afdalen in eene, toch nooit volledige, aan de. toepassing der pensioenwetten dienstbaar gemaakte casuistiek, onvermijdelijk ware. Wil men noch het een noch het ander, dan geeft men aan den met de uitvoering der wet belasten Pensioenraad eene naar het voorkomt te ver strekkende bevoegdheid, nl. een blancovolmacht in zake de wijze van diensttijdberekening in de talrijke gevallen, waarin twee of meer betrekkingen achtereenvolgens en nevens elkander zijn bekleed. Waar het gaat om een zóó belangrijk onderwerp als de bepaling van één der factoren, waarnaar, in het stelsel van het wetsontwerp I, het bedrag van het pensioen moet worden berekend, kan het verleenen van zóó ver reikende bevoegdheid geen aanbeveling verdienen.

In het voorgaande zijn de voornaamste bezwaren tegen het in wetsontwerp I neergelegde stelsel van pensioenberekening uiteengezet. Uitdrukkelijk zij er nog op gewezen, dat de geboden voorbeelden niet alleen toepasselijk zijn in de daarin uiteengezette gevallen, doch de strekking hebben gansche reeksen van gevallen, die zich in de meest verschillende schakeeringen voordoen te typeeren.

De bezwaren resumeerende, komt óndergeteekende tot de navolgende conclusiën:

1°. Het in het ontwerp aanvaarde stelsel van pensioensberekening is principieel aanvechtbaar;

2°. Het moet door de toekenning van minimum pensioen en door drieërlei wijze van vaststelling der middelsom, waarnaar het pensioen moet worden berekend, gecorrigeerd worden, doch ook tegen elke dozer correctie's zijn belangrijke bezwaren aan te voeren;

3°. De bedragen der pensioenen worden in belangrijke mate afhankelijk van het toevallig verloop der ambtelijke carrière, waardoor bij volkomen gelijke dienstprestatie de eene ambtenaar een veel hooger pensioen zal deelachtig worden dan de andere;

4°. Een der beide hoofdfactoren van de pensioensberekening (de diensttijdberekening) is op zeer onvoldoende wijze geregeld;

5°. Het ontwerp laat de mogelijkheid voortbestaan, dat zoowel door den ambtenaar zelf, als door het gezag, dat hij dient, maatregelen worden getroffen, die het bedrag van zijn pensioen belangrijk kunnen beïnvloeden;

6°. Het stelsel is ingewikkeld en daardoor onoverzichtelijk.

Sluiten