Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 1. Fig. 2.

400 T 1921 400 T1921

2 j. 2 j. 500 500

2 j. 2 j. 600 600

2 j. 2 j. 700 700

2 j. 2 j. 800 800

2 j. 2 j'. 900 900

2 j. 2 j.

1000 1000

2 j. 2 j.

1100 1100

2 j. 2 j. '^k'i

1200 1200

2 j. 2 j.

1300 1300

2 j. 2 j.

1400 1400

2 .1'. , 2 j.

1500 1500

2 J' 2 J' b

1600 1600 jj- 400

2j- 2j" 81

1700 1700 n

2 i ■- « 2 i _ '.

2 j.

500 2 j.

600 2 j-

700 2 j.

800 2 j.

900 2 j. 1000 2 j. 1100 2 j. 1200 2 j. 1300 2 j1400 2 j. 1500 2 j. 1600 2 j. 1700 2 i.

Fig. 2.

1949 *"

Overzicht.

Volgens wetsontwerp II bedraagt het pensioen:

in het geval van fig. 1 f 1029 )

. , , , „ „ > verschil f 42

m het geval'van fig. 2 f 1071 i

Volgens wetsontwerp I bedraagt het pensioen:

in het geval van fig. 1:

28X2% van f 1666,666= f 933,33 of f 934,— \ in het geval van fig. 2: > verschil f 149

28X2% van f 1933,333=f 1082,66 of f 1083,— ) Volgens de geldende wet bedraagt het pensioen:

in het geval van fig. 1 38/60 X f 1620 = f 756,— )

in het geval van fig. 2 28/60 X f 1940 = f 905,325 of f 906— J yerscml f 150

I stelsel der bestaande wet met f 150. Dit zijn cijfers, die een

pspe g. 3-jarigen dienst in het neven-ambt loonen;

Fig. 1 der graphische voorstelling geeft aan, dat de ambtenaar In het systeem van wetsontwerp II echter wordt het pensioen na 28-jarigen dienst, op 65-jarigen leeftijd wordt ontslagen uit door den 3-jarigen dienst in het nevenambt slechts f 42 verde betrekking a, terwijl in fig. 2 wordt behandeld het geval, hoogd. Daardoor wordt de dienst in het nevenambt b behoorlijk dat die ambtenaar op 61-jarigen leeftijd nog een nevenambt b vergolden, maar wie zich, met het doel zijn pensioen te verweet te verkrijgen, waarin hij f 400 verdient en waaruit hij hoogen, gedurende drie jaren de waarneming eener nevenbebij het bereiken van den 64-jarigen leeftijd zonder aanspraak trekking wil getroosten zal daartoe niet licht overgaan wanneer op pensioen ontslag neemt. het voordeel slechts f 42 bedraagt.

De drie-jarige dienst in de betrekking b verhoogt dus in het Het stelsel van wetsontwerp H voorkomt uit zijnen aard

stelsel van wetsontwerp I het pensioen met f 149, in het kunstgrepen strekkende tot verhooging van het pensioen.

56

Sluiten