Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende aanvrage bij den Pensioenraad wordt ingediend binnen 6 maanden na het tijdstip van het ontslag — te verzoeken, dat hem reeds een gedeeltelijk pensioen worde toegekend.

3. Dit gedeeltelijk pensioen wordt vastgesteld op 3.5 ten honderd van het deel der in artikel 52 bedoelde totaalsom, dat zich tot die som verhoudt, als de pensioensgrondslag, laatstelijk verbonden aan de betrekking (-en), waaruit ontslag met aanspraak op pensioen plaats had, tot de totaalsom der pensioensgrondslagen op het tijdstip van het ontslag. Voor den ambtenaar, die reeds vóór het tijdstip van in .werking treden dezer wet in dienst was en op wien het bepaalde bij artikel 128 van toepassing is, wordt, ten opzichte van de berekening van het gedeeltelijk pensioen, de in artikel 52 bedoelde totaalsom vastgesteld op het 100-voud van twee zevende gedeelten van het in artikel 128 bedoelde bedrag.

4. Indien de aanspraak op pensioen is verkregen op grond van het bepaalde bij artikel 48 sub d dezer wet, wordt nevens het gedeeltelijk pensioen eene schadeloosstelling, toegekend. Die schadeloosstelling wordt berekend over het verschil tusschen het gedeeltelijk pensioen en het, naar verhouding van de laatstelijk voor den ambtenaar vastgestelde pensioens-grondslagen verdeeld maximum-pensioen, dat hem, ware hij uit al zijne betrekkingen gelijktijdig ontslagen — ingevolge het bepaalde bij artikel 55 had kunnen zijn verleend. Overigens zijn op deze schadeloosstelling de voorschriften van de arti kelen 53 en 54 van toepassing.

5. Indien het gedeeltelijk pensioen, dan wel de som van pensioen en schadeloosstelling vermeerderd met de wedde in de betrekking, of met de wedden in de betrekkingen, welke de ambtenaar blijft vervullen, meer zou bedragen dan het vier "vijfde gedeelte van de som der wedden tijdens het ontslag, dan wel meer dan dan het in artikel 55 bepaalde maximum, dan wordt op het gedeeltelijk pensioen eene korting toegepast in dier voege, dat dit pensioen en de wedde of wedden, te zamen niet meer bedragen dan evengenoemd vier vijfde gedeelte of niet meer dan het in artikel 55 bepaalde maximum. Het kleinste dezer bedragen wordt als maatstaf genomen.

6. Bij pensionneering uit de laatste betrekking of betrekkingen, welke de ambtenaar bleef vervullen, of waarin hij later is overgegaan of herplaatst, wordt het gedeeltelijk pensioen ingetrokken en het alsdan toe te kennen pensioen berekend op de wijze bij artikel 52 voorgeschreven. Indien, in dit geval, nevens het pensioen, eene reeds vroeger toegekende schadeloosstelling wordt toegekend, wordt deze berekend naar den daarvoor destijds aangenomen maatstaf.

Artikel 57.

Bij de berekening van het pensioen van een ambtenaar — het gedeeltelijk pensioen daaronder begrepen — worden diensten, Waarover reeds pensioen wordt genoten ten laste van den Staat, een provincie, een gemeente, een waterschap, veenschap of veenpolder, de Koloniën en bezittingen van het Rijk in andere werelddeelen, of ten laste van een op openbaar gezag ingesteld fonds niet andermaal met pensioen .vergolden.

Artikel 58.

1. Gedurende den tijd, met verlof, anders dan wegens ziekte of verplichten militairen dienst doorgebracht, wordt, voor de berekening van het pensioen, de betrokken ambtenaar alleen dan geacht een pensioensgrondslag te hebben gehad, als het verlof niet meer dan een half jaar heeft geduurd. Onderbreking van het verlof wordt slechts aangenomen, als gedurende meer dan twee maanden achtereen werkelijk dienst is gedaan.

2. Indien echter een langer verlof is verleend, wordt de pensioensgrondslag geacht gedurende den geheelen verloftijd te zijn behouden, indien zulks bij de toekenning van het verlof is bepaald. Dit kan alleen geschieden, indien het verlof ook volgens het oordeel van den Pensioenraad, in het algemeen belang wordt verleend.

Sluiten