Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Voor zoover geene verplichting, doch slechts bevoegdheid tot inkoop bestond, zullen de bewezen diensten met pensioen worden vergolden voor zoover de betrokken ambtenaren van de hun verleende bevoegdheid hebben gebruik gemaakt of daarvan alsnog binnen de daarvoor gestelde termijnen gebruikmaken.

3. Zij, die op het tijdstip van in werking treden dezer wet reeds diensten bewezen als in het 1ste en 2de lid van dit artikel bedoeld, er die op dat tijdstip de hoedanigheid van „ambtenaar" in den zin dezer wet verkrijgen, zijn slechts onderscheidenlijk verplicht en bevoegd tot inkoop van de vroeger vervulde diensten. Bijaldien zij op evengenoemd tijdstip niet, doch eerst later de hoedanigheid van ambtenaar verkrijgen zullen zij tot' inkoop der vroegere diensten verplicht zijn.

4. Ambtenaren, die vóór het tijdstip van in werking treden dezer wet diensten hebben bewezen ten behoeve van een Provincie, waterschap, veenschap of veenpolder, dan wel diensten als bedoeld bij artikel 40 1ste lid b dezer wet zijn tot inkoop van die diensten bevoegd.

5. Diensten, als in dit artikel bedoeld, kunnen slechts in hun geheel voor pensioen worden ingekocht. Diensten, die reeds met pensioen zijn vergolden, kunnen niet voor pensioen worden ingekocht.

Artikel 122.

Diensten bewezen vóór het tijdstip van in werking treden dezer wet, die krachtens de vroeger geldende wetsbepalingen niet voor vergelding met pensioen in aanmerking konden komen, omdat de wet den betrokken ambtenaren hetzij de bevoegdheid onthield die diensten door inkoop geldig te maken, hetzij beperkende bepalingen bevatte, waardoor zij van die bevoegdheid geen gebruik konden maken, zullen met pensioen worden vergolden, mits door de betrokkenen ten genoegé van den Pensioenraad aannemelijk wordt gemaakt, dat die diensten — ware ten tijde hunner vervulling deze wet reeds van kracht geweest — in den zin dier wet in ambtelijk dienstverband zouden zijn bewezen, dan 'wel als zijdelingsche diensten, als bedoeld in artikel 40 dezer wet voor inkoop vatbaar zouden zijn geweest.

Artikel 123.

1. Ambtenaren, die diensten hebben bewezen als in het 2de en 3de lid van artikel 121 bedoeld, zullen, zoover die dienste niet reeds voor vergelding met ponsioen vatbaar zijn verklaard, dan wel met de inhouding der verschuldigde inkoopsom is aangevangen, onder overlegging van de daartoe noodige bewijsstukken of, indien die ontbreken, onder overlegging eener met redenen omkleede verklaring van het gezag, dat zij dienden, moeten aantoonen, dat, hoelang en tegen welke belooning of belooningen zij in ambtelijk dienstverband werkzaam waren.

2. Voor de ambtenaren, die gebruik hebben gemaakt van de hun, bij het vorig artikel verleende bevoegdheid is het bepaalde bij het eerste lid van dit artikel mede van toepassing.

3. De Pensioenraad beslist aangaande de geldigheid van de in het le en 2e lid bedoelde diensten en is bevoegd, zoo hij zulks noodig oordeelt, overlegging van nadere inlichtingen, bewijsstukken of verklaringen te vorderen. Van deze beslissing staat den betrokken ambtenaren beroep open op den Centralen Raad van Beroep.

4. De voorschriften van dit artikel zijn mede van toepassing op de ambtenaren, bedoeld in het 4e lid van artikel 121.

Artikel 124.

1. De inkoop van diensten, als in artikel 121 lid 1—3 bedoeld, geschiedt — voor zoover die niet reeds vroeger heeft plaats gehad — tegen betaling van de daarvoor bij de, vóór het tijdstip van in werking treden dezer wet gegolden hebbende wetsvoorschriften vastgestelde bijdragen.

2. Overigens blijven de bepalingen der oude wetgeving die op den inkoop betrekking hebben, van kracht, met dien verstande evenwel, dat de beslissingen aangaande alles wat den

Sluiten