Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inkoop betreft, worden genomen door den Pensioenraad en dat de storting der verschuldigde bedragen in het fonds geschiedt door het lichaam, dat de belanghebbende heeft gediend én, voor zoover die storting betrekking heeft op den inkoop van diensten, als leeraaar of onderwijzer bij het bijzonder Hooger Middelbaar of Lager onderwijs, door het Rijk.

3. De storting in het vorige lid bedoeld geschiedt in eens op 31 December van het jaar, waarin aangaande den inkoop van den betrokken dienst is beslist, of, indien die beslissing werd genomen op of na den len October van dat jaar, op den 31ste December van het daaropvolgende jaar. Door Ons kan, den Pensioenraad gehoord, in bijzondere gevallen uitstel der storting worden toegestaan, in welk geval tevens de termijnen zullen worden vaststeld, waarbinnen zij zal geschieden.

4. Op verzoek ten bate van het lichaam, dat de bijdrage, in dit artikel bedoeld, verschuldigd is en een deel daarvan op den belanghebbende wil verhalen, houdt zij, die diens wedde als ambtenaar of diens pensioen of wachtgeld als oud-ambtenaar uitbetaalt, dat deel op die wedde of op dat pensioen of wachtgeld in.

5. De inhouding gaat in met' het kwartaal, volgende op dat, waarin het in het vierde lid bedoelde verzoek is ontvangen en geschiedt in tien achtereenvolgende jaren, telkenmale voor een tiende gedeelte.

Artikel 125.

1. De bijdrage voor inkoop van diensten als in het 4e lid van artikel 121 bedoeld, eedraagt voor elk jaar van het in te koopen diensttijdvak een bedrag naar een tarief, dat wordt vastgesteld bij Algemeenen Maatregel van Bestuur. Zij is verschuldigd door het lichaam, dat de belanghebbende rechtstreeks of zijdelings heeft gediend en wordt betaald in eens op 31 December van het jaar, waarin de inkoop plaats heeft of in 10 jaarlijksche termijnen, waarvan de eerste op dien datum

.vervalt, zooveel mogelijk telkens tot een gelijk bedrag. De verplichting tot betalen vervalt niet door het ontslag of overlijden van den ambtenaar.

2. Van de bijdrage, bedoeld in het vorig lid kan ten hoogste een vierde deel op den ambtenaar worden verhaald.

3. Het bedrag, dat de ambtenaar reeds over vroegeren diensttijd voor pensioen heeft betaald, komt in mindering van dat, hetwelk op hém kan worden verhaald. Bedraagt eerst gemeld bedrag- meer dan dat, hetwelk het lichaam, dat het als pensioensbijdrage invorderde, krachtens het tweede lid op den ambtenaar mag verhalen, dan keert dit lichaam, aan dat, hetwelk van de in het tweede lid verleende bevoegdheid wenscht gebruik te maken, doch als gevolg van de bedoelde vermindering op den ambtenaar niet kan verhalen, hetgeen zij hem wenscht te doen bijdragen, het ontbrekende uit.

4. Het bepaalde bij artikel 124 4de lid is ten deze van toepassing.

Artikel 126.

Zijdelingsche diensten in dienst van den' Staat bewezen en geëindigd vóór het tijdstip van in werking treden dezer wet, worden met in achtneming overigens van artikel 40 1ste lid k ingekocht overeenkomstig de voorschriften der Pensioenwet voor zijdelingschen Staatsdienst 1912.

Onbezoldigde diensten bewezen en geëindigd vóór het tijdstip van in werking treden dezer wet, worden ingekocht overeenkomstig de bepalingen van artikel 14 1ste lid sub e der op dat tijdstip vervallende Burgerlijke Pensioenwet.

Artikel 127.

Diensten, welke, ten gevolge van de omstandigheid, dat de betrokken ambtenaren de verklaring bedoeld in art. 6 der wet van 5 Juni 1905 (Staatsblad n°. 154) art. 39 der Pensioenwet

Sluiten