Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE VERGADERING!

van de Subcommissie, gevormd nit de Staatscommissie inzake het burgerlijke pensioenwezen, tot het hooren van vereenigingen en particulieren, in verband met daartoe ingekomen verzoeken, op Zaterdag 22 September 1917, 's morgens om 11 uur, in het Departement van Financiƫn.

Aanwezig" zijn alle leden, uitgezonderd de heer van Taack Tba Krasten, die bericht van verhindering gezonden heeft; van de pensioenvereeniging voor burgerlijke ambtenaren zijn aanwezig de heeren van Schouwen (voorzitter), Poppe en Chivat.

De Voorzitter deelt mede, dat deze vergadering is uitgeschreven op een dag, die door de pensioenvereeniging- als een der meest gewenschte was opgegeven. Aan de afgevaardigden dezer vereeniging zal thans gelegenheid worden gegeven, hunne schriftelijke wenschen nader mondeling toe te lichten, terwijl van het gesprokene een kort rapport zal worden samengesteld, hetwelk aan den voorzitter der vereeniging tot het doen van eventueele opmerkingen zal worden toegezonden. Spreker verzoekt daarna dit rapport geparafeerd te doen terugsturen.

De heer van Schouwen zegt den voorzitter dank, dat zijne vereeniging in de gelegenheid is gesteld hare wenschen nader toe te lichten, speciaal ook dat dit geschied is op een der, door de vereeniging gaarne gewilde dagen. Ofschoon de verschillende wenschen der vereeniging reeds kenbaar zijn gemaakt in een petitionnement en een rapport, wil spreker gaarne van de geboden gelegenheid tot mondelinge toelichting gebruik maken, omdat sedert het verschijnen van genoemde schriftelijke stukken iets is veranderd. In het petitionnement en het rapport toch, heeft de pensioenvereeniging zich geheel beperkt tot hetgeen toen bereikbaar scheen. Nu de Staatscommissie echter de pensioenwetgeving in haar vollen omgang zal herzien en derhalve waarschijnlijk een wet het licht zal zien, die voor geruimen tijd' zal gelden, heeft de vereeniging gemeend hare wenschen eenigszins te moeten uitbreiden.

Als eerste wensch der pensioenvereeniging brengt spreker dan naar voren het verlangen naar premie-vrij pensioen, welk verlangen, speciaal na de benoeming der Staatscommissie, in acuten vorm is opgetreden. Waar de .Staat van zijne ambtenaren eischt, dat zij zich met hun geheele werkkracht aan hun ambt geven, meent .spreker, dat die Staat dan ook het bestaan der ambtenaren behoort te verzekeren, hetgeen zal kunnen geschieden door eene zeer ruime salarieering of door het instellen van een pensioen zonder bijdragen. Nu bovendien eene Staatscommissie is ingesteld, om alle salarissen der ambtenaren te herzien, acht spreker het juiste oogenblik gekomen om de pensioensbijdragen af te schaffen, waardoor het werk der administratie heel wat eenvoudiger zal worden. Door de instelling van een premievrij pensioen zal een groote wensch der ambtenaren worden vervuld, terwijl bovendien groote eenvoud in de administratie verkregen zal worden. Mocht de Commissie niet kunnen besluiten tot het afschaffen van alle bijdragen, dan zou spreker gaarne eene doorloopende korting in overweging willen geven.

Spreker zou voorts gaarne de aandacht willen vestigen op het recht van vervroegd pensioen, bedoeld in artikel 4, litt. d, der burgerlijke pensioenwet; spreker wijst er op, dat de werk-

Sluiten