Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kracht van sommige ambtenaren veel eerder wordt verbruikt, in verband met de zwaardere eiscben aan bun ambt gesteld, dan van andere. In bet petitionnement zijner vereeniging is naar een oplossing dezer kwestie gestreefd in punt 3 litt. a en b. Spreker vestigt er de aandacht op, dat volgens de tegenwoordige wetsuitlegging een ambtenaar, die behoort tot ééne der categorieën, in art. 4 litt. A. genoemd, doch die vóór zijn 55e jaar overgaat in eene andere betrekking,, in genoemd artikel niet vermeld, z'n recht op een vervroegd ouderdomspensioen verliest. Spreker is van oordeel, dat voor de jaren, in eerstgenoemde betrekking bekleed, een recht op dit vervroegde pensioen behouden moet blijven, zij 't dan ook niet in dezelfde mate.

Als derde wensch brengt spreker het verlangen naar het z.g. sterftekwartaal, naar voren. Dat hierover niet in het petitionnement wordt gesproken, vindt zijn oorzaak hierin, dat getwijfeld werd, of opname er van in de pensioenwet behoort te geschieden, waarmede de regeling echter zeer zeker in zeer nauw verband staat. De pensioenvereeniging meent daarom, dat de bepalingen omtrent dit sterftekwartaal thans hetzij in eene nieuwe pensioenwet, hetzij in eene afzonderlijke wet behoort te worden geregeld. Spreker wijst er op, dat in Duitschland deze materie reeds lang is vastgelegd, zoodat het gezin, na bet overlijden van den ambtenaar, dank zij de uitbetaling van een kwartaal salaris, zich langzamerhand op den nieuw geboren toestand kan voorbereiden. Spreker vestigt er de aandacht op, dat thans verschillende regelingen bestaan, die zich richten naar den toevalligen datüm van het overlijden.

Spreker deelt vervolgens mede, dat de pensioenvereeniging gaarne nader zou omschreven zien wat behoort te worden verstaan onder „gebreken in en door den dienst". Spreker meent o. a. te weten, dat volgens de geldende interpretatie, een ambtenaar die zich van zijn woning naar de plaats van zijn werkzaamheden begeeft en die onderweg door een ongeval wordt getroffen, zich niet op de bepaling van artikel 12 sub 6 der Burgerlijke Pensioenwet kan beroepen.

Spreker wijst vervolgens op het verlangen der ambtenaren, om, na bekomen ontslag, recht op pensioen te hebben, wanneer zij den ouderdom van zestig jaren hebben vervuld. Deze wensch staat in verband met het feit, dat de dienst voor de ambtenaren steeds zwaarder wordt en dat steeds meer van de "ambtenaren wordt gevergd. ' .

Voorts deelt spreker mede, dat zijne vereeniging er prijs op stellen zou, indien uit art. 3, lid c, werden geschrapt de woorden ,,na tien jarigen dienst". Spreker vindt het vooral daarom vreemd, dat de eerste tien jaren geen recht op pensioen geven, indien de ambtenaar vóór het verloop van dien tijd den dienst yerlaat, omdat wel bijdragen over die jaren worden geheven. Het meermalen geopperde bezwaar, dat anders vele, spoedig ongeschikte ambtenaren na korten tijd ten laste zullen komen van den Staat, acht spreker zeer goed door een min of meer strenge keuring te ondervangen.

In de zevende plaats vestigt de heer van Schouwen de aandacht op het verlangen der ambtenaren, om het pensioen berekend te zien naar het bedrag, dat den ambtenaar over de laatste 12 maanden tot gemiddelden pensioensgrondslag- heeft ■gestrekt, aangezien toch de levensstandaard der ambtenaren gebaseerd is op het salaris, over bet laatste tijdvak van den dienst genoten. Eene regeling dezer materie is door de pensioenvereeniging onder punt 3 naar voren gebracht.

Vervolgens wordt door spreker besproken den wensch tot het verkrijgen van uitgesteld pensioen voor alle ambtenaren, ook in geval het ontslag op eigen verzoek is verleend, omdat door de jaren, die door den ambtenaar in dienst zijn doorgebracht, hem een zekeren werkkracht wordt afgenomen; voor die 'jaren behoort dus, naar de meening der pensioenvereeniging het recht op pensioen behouden te blijven, terwijl anders eene teruggave der kortingen zal moeten geschieden.

Spreker wijst er voorts op, dat z. i. de bepaling van art. 12 litt, b, 2de zinsnede behoort te vervallen, omdat zij onbillijk

Sluiten