Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkt. Een gebrek toch, dat schijnbaar hersteld is, kan zich later, na het verstrijken van den termijn van twee jaren, wederom doen gevoelen, in welk geval de ambtenaar van bet, hem toekomende pensioen, zou verstoken blijven.

Over de wenschelijkheid, dat afwezigheid wegens ziekte niet als verlof wordt aangemerkt, volstaat spreker met te verwijzen naar de, door de pensioenvereeniging, daarover uitgegeven brochure.

Spreker doet vervolgens opmerken, dat de wensch, om art. 20 zóódanig te wijzigen, dat van alle ambtenaren van de eerste f 600 geene bijdrage wordt gevorderd, geformuleerd was, toen nog geene algeheele afschaffing* van bijdrage werd verlangd. Mocht tot dit laatste niet kunnen besloten worden, dan wijst spreker er op, dat, zelfs afgezien van de tegenwoordige buitengewone omstandigheden, de levensstandaard thans eene zóódanige is, dat verhooging van f 400 tot f 600 billijk schijnt.

Ten slotte vestigt spreker er de aandacht op, dat dê' ambtenaren bij de maand leven, de pensioenvereeniging dringt daarom aan op eene maandelij ksche uitbetaling der pensioenen met eene vóóruitbetaling en eene spoedige afdoening' der aanvragen.

De tweede spieker, de heer Poppe bepleit eveneens de afschaffing der bijdrage. Spreker wijst er op, dat door de ambtenaren in den aanvang gewoonlijk kleine traktementen worden gé-noten; het storten der bijdragen, speciaal bij eene af kopende korting, vormt voor belanghebbenden een kolossale druk. Spreker vestigt er de aandacht op, dat noch België, noch in Duitschland voor eigen pensioen behoeft te worden bijgedragen, terwijl de korting in Oostenrijk belangrijk lager is.

Voorts meent spreker, dat> de pensioengerechtigde leeftijdvan 65 jaar te hoog gesteld is, de ambtenaren kunnen vrijwel niet meer dan enkele jaren van hun pensioen genieten. De .ambtenaren, wier betrekking recht geeft op een pensioen op 55-jarigen leeftijd, blijken in de praktijk zeer weinig dienstjaren te verwerven; dit is, naar spreker meedeelt, gebleken bij de posterijen, bij welk dienstvak slechts 49 pet, der ambtenaren tusschen de 30 en 40 dienstjaren weten te behalen. Spreker wijst er op, dat in dit opzicht eene goede regeling bestaat b.v. in Oostenrijk, Saksen en Wurtemberg. Jaren lang — zoo vervolgt spreker-, zijn over dit onder-werp adressen gericht aan de Eegeeringi, o. a, in de jaren 1893 en 1900, waardoor echter slechts kleine partieelè wijzigingen werden verkregen.

Nadat spreker voorts nog heeft doen opmerken, dat het tegenwoordige stelsel, waarbij ziekte den ambtenaren als verlof wordt aangemerkt, voor vele ambtenaren een belangrijk verlies in dienstjaren, beeft veroorzaakt,, verklaart hij zich overigens volkomen aan te sluiten bij de woorden van den heer van Schouwen.

De derde vertegenwoordiger der pensioenvereeniging, de heer Chivat deelt mede, dat hem uit vakbladen is gebleken, dat meeidere categorieën van ambtenaren verzocht hebben door de- Commissie te worden gehoord ; het heeft z'n aandacht daarbij getrokken, dat vele der geuite wenschen met die van de pensioenvereeniging overeenstemmen. Waar het petitionnement dier vereeniging door 37 000 ambtenaren werd onderteekend, wil spreker er de aandacht op vestigen, dat dit petitionnement dus zeer zeker de hoofdwenschen bevat van de algemeen e eischen der ambtenaren.

Spreker wijst overigens nog eens op de wenschelijkheid van de invoering van het, door den heer van Schouwen reeds besproken z.g. sterftekwartaal; ook in bet ontwerp der

Sluiten