Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V-VERGADERING

van de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Zaterdag 29 December 1917, 's morgens om 11 uur, in het gebouw van het Departement van Justitie. .

Aanwezig zijn alle leden, uitgezonderd de heer Trip.

Tot het mondeling toelichten van hare schriftelijke wenschen in zake het pensioenwezen is uitgenoodigd de ,,Bond van Gemeen te-politiebeambten in Nederland", welke bond door den voorzitter en den secretaris is vertegenwoordigd.

De Voorzitter van den Bond, de heer Koent, betuigt z'n dank, dat de Staatscommissie de gelegenheid heeft opengesteld om de schriftelijk ingediende wenschen nader mondeling toe te lichten en zegt tevens, dat de Bond zich, wat de algemeene belangen betreft, aansluit bij de opmerkingen, welke door de samenwerkende bonden van Overheidspersoneel, aangesloten bij bet N, V. V., bij de Staatscommissie zijn ingediend en welke op een lateren datum bij de commissie zullen worden bepleit en dat deze bond meer speciaal de belangen der politie naar voren zal brengen.

Spreker wijst er allereerst op, dat de eisch van tien jaren dienst, welke in artikel 3c der Burgerlijke Pensioenwet en in artikel 3b van de „Pensioenwet voor de Gemeenteambtenaren 1913" is gesteld, zeer bezwarend is, omdat de betrekking van agent van politie buitengewoon veel vordert van lichaam en gestel van de functionarissen en zij daardoor vaak spoedig ongeschikt worden voor de verdere waarneming van hun ambt; speciaal in de groote steden komen onder het politiecorps velé gevallen van zenuwstoornissen voor. Spreker wijst er op, dat vóór de invoering van de Pensioenwet voor de gemeenteambtenaren in vele bestaande gemeentelijke politieverordeningen genoemde termijn op drie jaren was vastgesteld.

Een ander bezwaar acht spreker, dat ziekten of gebreken, die ongeschiktheid voor den dienst hebben veroorzaakt, worden geacht niet het gevolg te zijn van voorafgegane gewelddadigheden of bijzondere omstandigheden, wanneer tusschen het tijdstip waarop die ziekten of g'ebreken bekomen zijn <m dat, waarop van het bestaan der ongeschiktheid uit eene geneeskundige verklaring blijkt, meer dan twee jaren zijn verloopen. Spreker herinnert er aan, dat bij de behandeling der pensioenwet in de 2de Kamer der Staten-Generaal door verschillende Kamerleden tegen dien termijn van twee jaren werd geageerd, omdat men van meening was, dat ook na twee jaren in sommige gevallen, een oorzakelijk verband tusschen ongeval en ziekte zpu bunnen worden aangetoond. Hoewel de verklaring van den toenmaligen Minister die Kamerleden gerust hebben gesteld, is in de praktijk gebleken, dat de bepaling ondoelmatig moest worden genoemd; spreker

Sluiten