Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeft in verband hiermede enkele voorbeelden uit de praktij k.

In de derde plaats wijst spreker er op, dat het recht op z.g. „uitgesteld pensioen", als bedoeld in artikel 3, sub 2, der "„Pensioenwet Gr. A. 1913" wordt verworven bij het bereiken van den 65-jarigen leeftijd. Voor die categorieën van ambtenaren, die krachtens het K. B. van den lsten December 1913, St. 420, op 55-jarigen leeftijd uitzicht op pensioenhebbe n verkregen" en waaronder ook de agenten van politie ert veldwachters zijn vermeld, acht spreker rationeel, dat ook voor baar dat uitgestelde pensioen op 55-jarigen leeftijd zal zijn te verkrijgen.

De heer Koekt bespreekt voorts het vervroegd ouderdcms pensioenrecht zelf en wijst er op, dat in de Tweede Kamer door het toenmalige lid, den heer Treub, een amendement werd verdedigd, om voor de daarop recht hebbende ambtenaren bet pensioen per jaar op 1/50 te stellen van den pensioensgrondslag. Door de Begeering is, door het vaststellen van het desbetreffend K. B. erkend, dat politieambtenaren 10 jaren eerder voor den dienst, ongeschikt ?Jin dan de> overige gemeenteambtenaren. Door evenwel het pensioen niet hooger te stellen, blijft het bij deze bloote erkenning, zeer tot schade van belanghebbenden. "Wenschelijk zou het daarom zijn, dat voor die ambtenaren, genoemd in bedoeld K. B., bet pensioen zóódanig was geregeld, dat zij op 55-jarigen leeftijd en na 30 jaren dienst, evenveel pensioen genoten als andere ambtenaren op 65-jarigen leeftijd, terwijl dan tevens voor hen, die om andere redenen werden gepensionneerd het percentage van het toe te kennen pensioen werd veranderd van x/oo in */« van den pensioensgrondslag. Spreker acht dit speciaal van belang voor de agenten van politie en veldwachters, omdat deze gewoonlijk niet vóór het 25ste jaar in dienst treden.

De Voorzitter der Commissie doet opmerken dat de meeste hunner dan toch reeds eenige jaren in militairen dienst hebben doorgebracht, die mede bij de berekening van het pensioen in aanmerking komen.

De heer Koent meent, dat dit slechts bij plm. 50 pet. der agenten het geval is, de overigen komen uit de particuliere bedrijven. Zoodoende verlaten de agenten van politie op 55-jarigen leeftijd een dienst, met. dikwijls met meer dan 30 dienstjaren, waarbij nog komt, dat de Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland aan de gemeentebesturen eene circulaire richtte, waarin de wenschelijkheid geuit werd, om aan de politiedienaren op 55-jarigen leeftijd ontslag te verleenen zoodat de gelegenheid om maximum pensioen te verwerven geheel werd ontnomen.

Spreker vestigt er vervolgens de aandacht op, dat in veiv schillende gemeenten de agenten van politie in tijdelijken oi proef dienst worden aangesteld, welke proeftijd vaak ieder jaar wordt verlengd; spreker geeft een voorbeeld, hoe een weduwe van een agent van politie op die wijze onverzorgd achterbleef na den dood van haar echtgenoot.

De Voorzitter der Commissie wijst er op, dat de gemeentebesturen het in de hand hebben, om aan dergelijke misstanden een einde te maken door middel hunner verordeningen.

De Secretaris van den Bond, de heer van Putten heeft met betrekking tot plaatselijke verordeningen treurige ondervinding opgedaan; spreker geeft eenige voorbeelden en wijst er op, dat o. a, den Haag en Haarlem een ruim, Leiden daarentegen een bekrompen standpunt inneemt. De gemeentelijke verordeningen te dier zake van den Haag en Haarlem bevatten eene regeling, waarbij dienstjaren, elders doorgebracht, niet m mindering worden gebracht bij de vóór 1913 verkregen rechten. Leiden daarentegen doet zulks wel, zeer tot schade van belanghebbenden, waardoor die z g' eens verkregen rechten vrijwel illusoir worden gemaakt. Met toetrekking tot den proeftijd wijst spreker er op, dat de politiemannen gedurende hun z. g. proeftijd begrijpelijkerwijze niet veel lust zullen gevoelen, pm bij arrestaties of anderszins toun leven te wagen, waar zij, invalide geworden, geene .aanspraken op pensioen kunnen doen gelden.

6

Sluiten