Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor pensioen in aanmerking- werd genomen. Voorts dringt hij aan op eene maandelij ksche of wekelijksche uitbetaling van het pensioen.

Vervolgens wijst spreker er op, dat van de ambtenaren eene bijdrage van 3 pet. kan worden gevorderd voor hunne pensioenen, terwijl algemeen een streven valt waar te nemen om een premievrij pensioen te verwerven, zooals in het buitenland reeds bier en daar bestaat. Gewezen wordt op België en Duitschland. Speciaal voor de politie acht spreker dit gewenscht, omdat door deze categorie van ambtenaren bij uitnemendheid diensten ten bate van het algemeen worden bewezen en zij bovendien min of meer overgeleverd zijn aan de goedgunstigheid der gemeenteraden, speciaal in de minder goed finantieel gesitueerde gemeenten.

In de vijfde plaats meent spreker, dat het invaliditeitspensioen vaak te laag moet worden genoemd, gaarne dringt zijne vereeniging er dan ook op aan, dat dit zal worden bepaald op ten minste 3/10 van den laatsten pensioensgrondslag.

Ten slotte zag spreker, met betrekking tot de weduwenpensioenen, gaarne eene bepaling, houdende vaststelling van een minimumpensioen, opgenomen.

De tweede afgevaardigde, de heer Koster Henke, wijst er op, dat, toen in 1913 de Pensioenwet voor de Gemeenteambtenaren tot stand kwam, deze wet ook door de politie dankbaar werd aanvaard; later bleek deze wet echter, ofschoon voor velen eene verbetering, voor anderen een nadeel, omdat de regeling, -zooals die in sommige gemeenten bestond, voordeeliger was. Hierin wordt voor hen, die op het tijdstip der inwerkingtreding van de Pensioenwet G. A. '13 in dienst waren, wel voorzien door de bepaling van art. 71 dier wet, doch de jongeren hebben nu dikwijls minder voordeelige aanspraken dan de ouderen. Spreker is van oordeel, dat, waar de gezondheidstoestand der politieambtenaren veel te lijden heeft en zij geheel ten bate der gemeenschap werkzaam zijn, termen aanwezig zijn om aan deze ambtenaren hoogere pensioenen te verzekeren dan aan andere functionarissen (welk principe reeds door tal van gemeenten was aanvaard vóór het invoeren van de Pensioenwet) en nu te meer, waar het recht op vervroegd ouderdomspensioen vaak door'de autoriteittn wordt benut, om de politieagenten op 55-jarigen leeftijd te ontslaan.

Het Bestuur dezer vereeniging heeft nader verklaard, met deze notulen accoord te gaan.

De Voorzitter,

Sluiten