Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^VERGADERING

van de Subcommissie, irevormd uit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Zaterdag 29 December 1917, 's namiddags om 2 uur, in het gebouw Tan het Departement Tan Justiüe.

.Aanwezig zijn alle leden, uitgezonderd de heer Trip.

Tot het mondeling toelichten van bare schriftelijke wenschen inzake het pensioenwezen is uitgenoodigd de Vereeniging van Rijkswaterstaatspersoneel „Eendracht maakt Macht", welke door de heeren van den Berge en Kloet, respectievelijk secretaris en penningmeester is vertegenwoordigd.

Deze beide heeren brengen de volgende punten op den voorgrond:

a. Het K. B. van 17 Maart 1914, tot uitvoering van artikel 4 der Burgerlijke Pensioenwet heeft de groepen ingekrompen der personen, die op 55 jaar recht op pensioen hebben. Personen, na dit besluit voor het eerst aangesteld, hebben misschien niet te klagen, maar wel zij, die vroeger reeds in dienst waren en toen waren opgesomd, doch onder de werking van het K. B. van 1914 niet. De praktijk is immers, dat, als zij in een anderen rang naar elders gaan, of zelfs als zij in denzelfden rang worden overgeplaatst zij eene nieuwe aanstelling krijgen en dan als nieuw aangesteld ambtenaar buiten de bepaling van de 55 jaren worden geacht te vallen. Dit is althans de praktijk bij het Departement van Waterstaat. Daarin zou verandering moeten komen, hetzij dat het K. B. wordt verruimd, hetzij dat de toepassing anders wordt.

6. Verschillende kanaalbeambten hebben vrije woning, die voor de belasting wordt geschat op b.v. f 100 a f 200 en welke huizen die huur ook werkelijk waard zijn, maar die voor het pensioen zijn gewaardeerd op f 30, f 50 of een dergelijk laag bedrag. Dat is onbillijk! Het gevolg is ook, dat de vergoeding voor het gemis van vrije woning hooger is dan de waarde waarop men zulk een woning voor het pensioen schat, zoodat hij die geen dienstwoning heeft, feitelijk een hoogeren grondslag krijgt dan een ander. Men zou misschien kunnen bepalen, dat de waarde van de vrije woning wordt gesteld op het bedrag, dat de belastingadministratie daarvoor aanneemt of iets dergelijks.

c. Dienstkleeding wordt niet in den grondslag opgenomen, bij andere pensioengerechtigden (gemeenteambtenaren) wel, zij wordt geschat veelal op f 50. Zij vormt een deel der wedde en moet dus worden medegerekend.

d. Sommige sluiswachters en dergelijken zijn tevens waarnemer van een peilschaal, als zoodanig krijgen zij b.v. f 100 a f 150 extra per jaar, gewoonlijk is dit bedrag iets minder. Die som vormt feitelijk een emolument van hun hoofdbetrekking en zou in den grondslag daarvoor moeten worden opgenomen. Maar dat gebeurt veelal niet, hetgeen onbillijk is. Wellicht zal er in de toekomst eene afzonderlijke betrekking van worden gemaakt, zoolang dit echter niet het geval is, behoort het emolument bij de wedde van de hoofdbetrekking te worden medegerekend.

Namens de verschenen personen is verklaard, dat het bovenstaande den voornaamsten inhoud van het besprokene weergeeft.

De Voorzitter,

Sluiten