Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenaren, die voortdurend aan gevaren blootstaan, zooals ambtenaren bij de electriciteitswerken, de gasfabriek, bet trambedrijf enz. Indien zoodanige personen buiten hun schuld eene levenslange verminking door hunne functie zullen bekomen, zou spreker aan hen het volle pensioen willen zien toegekend' met een aansluitende bepaling voor de weduwen en weezen.

Voorts dringt spreker aan op het verleenen van premievrij pensioen, waarbij hij zich op het standpunt plaatst, dat pensioen gelijk is aan uitgesteld loon. Doordat de pensioenwet voor de gemeenteambtenaren met zooveel spoed moest worden tot stand gebracht is, met betrekking tot de premiebetaling een ware chaos ontstaan. In de verschillende gemeenten is alles verschillend geregeld. Eenheid in deze materie is te verkrijgen door de invoering van het premievrij pensioen.

In de derde plaats acht spreker het weduwepensioen te laag. Zijn organisatie is van oordeel, dat dit minstens de helft van het laatste salaris van den overleden echtgenoot behoort te bedragen, met een minimumbedrag van f 500. Bovendien zou spreker gaarne zien, dat de leeftijdsgrens voor het weezenpensioen werd gesteld op 20 jaar, dat het maximum-weduwepensioen uit de wet verdween en dat voor uit ee nhuwelijb geboren weezen, die door hunne lichamelijke gesteldheid niet voldoende voor zich zelve kunnen zorgen, de Overheidszorg bleef bestaan, ook nadat bet 20ste levensjaar is bereikt.

Voorts wijst spreker er op, dat de ambtenaren bet op prijs zouden stellen medezeggenschap te verwerven in de benoeming der leden van het Bestuur van het fonds en. in het beheer daarvan; spreker meent, dat in een tijd', waarin de vakorganisaties steeds meer invloed verkrijgen, deze wensch zeker reden van bestaan heeft.

Als 5de punt bepleit spreker eene maandelijksche uitbetaling der pensioenen, zoo mogelijk ook op eene gemakkelijker wijze, b.v. per postwissel of, ban dat niet, per giro.

Spreker wijst er vervolgens op, dat zijne organisatie van meenmg is, dat het bunnen aanwijzen van 10 dienstjaren tot het verbiijgen van een invaliditeitspensioen, geen billijke eisch is, omdat! de plicht der Overheid, om den ambtenaar een pensioen te verzekeren, reeds ontstaat dadelijk bij het in functie treden.

In de zevende plaats wil spreker er de aandacht op vestigen dat sterk wordt verlangd naar een toeslag op de pensioenen! Wellicht ware eene bepaling in de wet op te nemen waardoor de mogelijkheid wordt geopend, dat de pensioenen tijdelijk worden verhoogd. Ten slotte uit spreker den wensch, dat de Pensioenwet geregeld, om de 5 of 10 jaren b.v. zal Worden herzien, opdat leemten kunnen worden aangevuld en met eventueele nieuwe toestanden rekening kan worden gehouden.

Na een woord van dank door de organisatie wordt de vergadering gesloten.

■ Het Bestuur van het Verbond heeft nader verklaard met deze notulen accoord te gaan.

De Voorzitter,

Sluiten