Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tt VERGADERING

van de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Zaterdag 19 Januari 1918, 's morgens om 11 uur, in het gebouw dier Pensioenraden. '". jht

Aanwezig zijn alle leden, uitgezonderd met kennisgeving de heer Ttjrksma.

Tot het mondeling toelichten zijner schriftelijke wenschen inzake het pensioenwezen is uitgenoodigd de heer Jhï. D. P. M. GrÉASwrNCKEL, Districtscommandant tevens inspecteur der Rijksveldwacht te Utrecht, die de breuk van „één zestigste", bedoeld in artikel 7 der Burgerlijke Pensioenwet gaarne verhoogd zou willen zien, omdat de Rijksveldwachters, die behooren tot die ambtenaren, aan wie op 55-jarigen leeftijd recht op pensioen is toegekend, nimmer in staat zijn het maximum-pensioen te verkrijgen, ook, omdat zij vaak op la teren leeftijd bij de Rijksveldwacht komen.

De Voorzitter, de heer Vow Weileb., doet opmerken, dat de veldwachters gewoonlijk militaire diensten hebben vervuld, die bij de berekening der pensioenen in aanmerking komen' zoodat zij vaak op 56- of 57-jarigen leeftijd het maximum pensioen kunnen verwerven.

De heer Graswinckel wijst er op, dat de diensten, welke door Rijksveldwachters verricht moeten worden, bijzonder zwaar zijn en veel van het menschelijk lichaam vergen, ook Zondags moeten deze ambtenaren in functie zijn. Spreker zou er prijs op stellen, indien Rijksveldwachters, die ^eene andere als militaire of andere diensten bunnen aanwijzen welke bij de berekening hunner pensioenen in aanmerking kunnen komen, na 30 jaren dienst het maximum pensioen zouden kunnen verkrijgen; voor die functionarissen, die gedurende 10 en meer jaren andere diensten hebben verricht zou dan het vereischte van 40 jaren bunnen behouden blijven'

In de tweede plaats pleit spreber voor de invoering eener bepaling, waardoor de mogelijbheid voor iederen ambtenaar wordt geopend om op 5 jaar desgewënscht den dienst met pensioen te verlaten, zij 't dan ook met een evenredig Wr pensioen. Spreker wijst er op, dat zich in de ambtenaarswereld vaak onaangename toestanden voordoen, waardoor de ambtenaren dikwijls gaarne hun ontslag zouden willen nemen indien zij daardoor hun pensioenrechten niet verspeelden Door de bepaling, als door spreker bedoeld, zou die gelegenheid althans tien jaren eerder worden verleend. Het wil spreker bovendien voorkomen, dat eene zoodanige bepalinzoowel m het belang der ambtenaren als in dat van dén Steat zal zijn. - ouiai.

Nadat de Voorzitter en de heer Stjtlikg gewezen hebben op de f mancieele kosten, die de gewenschte bepaling voor Sn Staat zou medebrengen, wordt de bijeenkomst gesloten

te g2n.eStrailt W* kter Vei"tW met deze stillen accoord

De Voorzitter,

11

Sluiten