Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ir VERGADERING

vsin de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Zaterdag 19 Januari 1918, 's middags om 1| uur, in het gebouw der Pensioenraden.

Aanwezig- zijn alle leden, uitgezonderd niet kennisgeving dr. Tuhksma.

Tot het mondeling toelichten zijner schriftelijke wenschen, inzake het pensioenwezen is uitgenoodigd de heer C. Dokland, hoofdopzichter waterschap ,,de Beemster", die den wensch der waterschapsambtenaren voor een. regeling van hun pensioen toelicht. Thans' ontbreekt niet slechts iedere uniformiteit, maar ook ontbreekt meestal een pensioenregeling zelve. In enkele provinciën is iets van meer algemeenen strekking in dat opzicht gedaan: Groningen b.v., waar Gedeputeerde Staten hebben gepoogd den stoot voor een pensioenregeling te geven ; ook Zeeland, waar voor die polders, waarin het provinciaal bestuur meer heeft te zeggen, een bepaalde regeling is gemaakt, terwijl Gedeputeerde Staten aan de overige polderbesturen een uitnoodiging hebben gericht om in de zaak te voorzien. In Noord-Holland bestaat, bij Gedeputeerde Staten en ook, naar spreker vernam, bij de Provinciale Staten, belangstelling voor deze zaak. Ook de Vereeniging van Dijkgraven en Secretarissen heeft zich onlangs voor de pensionneering der waterstaatsambtenaren geinteresseerd, al lijkt spreker de weg van een facultatieve toetreding van de verschillende polders tot de regeling, zooals die vereeniging wil, niet de juiste. Hoe het echter zij — in verschillende provincies voelt men dat de zaak eigenlijk tot stand behoort te komen. Het is dus thans het goede oogenblik om haar aan te pakken. Bepaalde oppositie zal er niet zijn. Hoogstens bij kleine waterschappen met slechts enkele ambtenaren, die bovendien niet van hun waterschapsbetrekking leven, bestaat het gevoel dat het weinig de moeite waard is. Maar het gaat niet aan, den tegenwoordigen toestand te bestendigen, waarbij veelal, als men oud of invalide is geworden, geen enkel recht bestaat, doch het slechts van de goedkunstigheid der besturen afhangt of men iets zal krijgen en zoo ja, wat.

Naar aanleiding van enkele door den Voorzitter gestelde vragen meent spreker, dat het beste zou zij n een provinciale regeling. Dan kan rekening worden gehouden met de verschillende toestanden der polders in de onderscheidene deelen des 1'ands. Het zal uiteraard noodig zijn, een fonds voor de pensionneering te scheppen. Dat zou kunnen geschieden door de nieuw' aangestelden premie te laten betalen, zoo noodig aan te vullen door een op de begrooting te brengen en uit een omslag te vinden post. De reeds fungeerende ambtenaren zouden wellicht door zulk een post geheel kunne worden geholpen. Het zou goed zijn, als de Staatscommissie een stoot

Sluiten