Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^VERGADERING

yan de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Zaterdag 26 Januari 1918, "s middags om 2 uur, in het gebouw van het Departement van Justitie.

Aanwezig zijn alle leden.

Tot het mondeling toelichten harer schriftelijke wenschen inzake hét pensioenwezen wordt gehoord mejuffrouw L. M. Scheick te Amsterdam.

Deze verzoekt in een geval als het hare, bepaalde dienstjaren als zijdelingschen Staatsdienst te mogen inkoopen. Haar vader was bode bij de inspecteurs der belasting, in het Oost-Indisch Huis te Amsterdam. Na diens overlijden werd haar moeder met die functie belast, met de bepaald uitgesproken bedoeling echter dat de dochter de feitelijke werkzaamheden zou waarnemen. Die toestand heeft plm. 9 jaar geduurd. Sinds 4 jaar is zij nu ook formeel met de functie belast. Zij heeft toen een directe Rijksaanstelling gekregen.

Door den Vóöbzitter gevraagd, zegt de betrokkene dus 2 wenschen te hebben:

1°. dat de staat van diensten, die als zij delingsche dienst in aanmerking zullen komen, wordt aangevuld met de betrekking van bode bij het O.-I. Huis te Amsterdam;

2°. dat bij haar pensioen mogen worden goedgekeurd de 9 jaar, dat die betrekking werd vervuld formeel door haar moeder, maar feitelijk door haar.

Aldus goedgekeurd door de gehoorde.

De Voorzitter,

Sluiten