Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^VERGADERING

Tan de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake bet burgerlijke pensioenwezen, op Zaterdag 26 Januari 1918, 's middags om 9 uur, in het gebouw van het Departement van Justitie.

Aanwezig zijn alle leden.

Tot het mondeling toelichten zijner schriftelijke wenschen inzake het pensioenwezen wordt gehoord de heer A. J. Donhtjyzen, te Rotterdam. Deze is gepensionneerd vóór 1908, en dus vóór dat de werking van de Pensioenwet voor zij delingschen Staatsdienst 1912 zich kon doen gelden. Hij heeft echter van 1884—1892 indirect in Staatsdienst gewerkt, waarvan 4 jaar na zijn 18de levensjaar. Zijn wensch is nu, dat die 4 jaar in aanmerking zullen worden gebracht voor inkoop, in verband waarmede zijn pensioen alsnog zou moeten worden verhoogd. Die verhooging zou — aldus de gehoorde — eerst van een later tijdstip af behooren te gelden, en dus b.v. niet behooren terug te werken tot het oogenblik waarop zijn pensioen inging. Anders zou ook de inkoopsom te groot worden en de last deswege op het pensioen te zwaar worden.

De Voobzitteb, zegt, dat het wel bezwaar zal hebben, om een dergelijke regeling te maken voor hen, die bij het ontstaan van de wet op den zij delingschen Staasdienst reeds gepensionneerd waren. Die wet werkte wel terug tot 1908, maar dat is een.gevolg van het feit, dat van dat jaar af reeds uitzicht op haar totstandkoming was gegeven. Intusschen zal de wensch worden overwogen.

In de tweede plaats brengt de gehoorde nog ter sprake den wensch, o. a. in zijn vakblad herhaaldelijk geuit, om hen, die geen gebruik hebben gemaakt van een voor hen bestaan hebbend recht tot inkoop van zij delingschen dienst, daartoe alsnog gelegenheid te geven. De Voorzitter betwijfelt of er wel dergelijke personen zijn, die van hun bevoegdheid tot inkoop niet hebben geweten — de administratie heeft hen juist op het punt der zij delingsche diensten steeds ingelicht — en vraagt of men niet veeleer te doen heeft met personen, die spijt hebben gekregen van hunne indertijd gedane keuze.

Aldus goedgekeurd door den gehoorde.

De Voorzitter,

Sluiten