Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERGADERING

van de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Zaterdag 26 Januari 1918, 'smiddags om 4 uur, in het gebouw Tan het Departement Tan Justitie.

Aanwezig zijn alle leden.

Tot het mondeling toelichten zijner schriftelijke wenschen in zake het pensioenwezen, wordt gehoord dr. C. J. Enklaak, te 's Gravenhage. Deze is eerst ± 2f jaar tijdelijk assistent geweest te Utrecht. Daarop van 24 September 1906 leeraar aan de Rijks H.B.S. te den Bosch, en van 1 November 1906 tevens tijdelijk leeraar aan het gymnasium aldaar. Met 1 September 1910 werd hij leeraar aan de H. B. Scholen met 5-j. cursus te 's Gravenhage, waarbij een enkele pensioensgrondslag werd vastgesteld. Later werd zonder eenige verandering in de betrekking], waarbij steeds aan 2 scholen werd les gegeven, de enkele pensioensgrondslag in eene dwbbele veranderd, alsof het 2 betrekkingen waren, die hij volgens eene latere opvatting zou bekleeden.

Dat is zeer nadeelig voor hem, daar nu zijn vroegere diensttijd slechts zal in aanmerking komen bij één der betrekkingen, en dus eventueel naar een lageren grondslag zal worden medegerekend. Hij kan wel toegeven dat dergelijke diensten slechts éénmaal in aanmerking kunnen komen en zou daarom den enkelen pensioensgrondslag hersteld willen zien. Hij zou wenschen, dat b.v. bij algemeene maatregel van bestuur, werd bepaald, dat leeraren bij het M. O. in een bepaalde (groote) gemeente aangesteld, doch aan meer gelijksoortige scholen werkzaam, zouden worden geacht slechts één betrekking te bekleeden, met als enkelen pensioensgrondslag, de gezamenlijke wedde van hun arbeid aan de verschillende scholen. Dat zou met den feitelijken toestand overeenkomen, daar dgl. leeraren metterdaad niet twee van elkaar onafhankelijke betrekkingen vervullen, maar slechts één betrekking, die alleen op verschillende plaatsen werk geeft. Zij kunnen b.v. ook niet bedanken voor het werk aan één school. In zoover is de toestand daar anders dan wanneer men b.v. aan een gymnasium en een H. B. S. les geeft.

In de tweede plaats wordt de vraag besproken, in hoever de eigenlijke aanstelling van den gehoorde hem recht geeft op een gezamenlijken grondslag of niet. De Pensioenraad wilde geen inlichtingen geven; de vorige wethouder van onderwijs meent, dat de zaak in orde is, maar spreker is er niet geheel gerust op. Het blijkt, dat de aanstelling op twee gedachten hinkt. Spreker is aangesteld om les te geven aan de H. B. Scholen in de gemeente, doch om werkzaam ie zijn aan de scholen aan de Stadhouderslaan en de Waldeck Pyrmontkade. De Voorzitter, en andere leden, zouden overhellen naar de meening, dat bij een dergelijke aanstelling — en men moet zich in zaken als deze wel houden aan het "formeele stuk — sprake is van twee betrekkingen, waarin dus

Sluiten