Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^VERGADERING

Tan de Subcommissie, gevormd nit de Staatscommissie, inzake het burgerlijke pensioenwezen, op Vrijdag 22 Februari 1918, 's morgens om 11 uur, in het gebouw der Pensioenraden te 's GraTenhage.

Afwezig met kennisgeving de heeien prof. Suyling en dr. Snoeck Henkemans.

Tot het mondeling toelichten van hare schriftelijke wenschen, inzake het pensioenwezen is uitgenoodigd de Amsterdtomsehe Gyrrmaêtiekondienoijzers V'ereenigvn^g', welke vereeniging vertegenwoordigd is door de heeren J. H. v. d. Veke en A. M. F. Sievehdink.

De Voohzitter, de heer von Weiler, wijst er genoemde bestuursleden op, dat de wensch, die zij in hun schriftelijk adres hebben uiteengezet, feitelijk buiten deze StaatscomT missie omgaat, omdat gevraagd wordt, om eene regeling uit het verleden te corrigeeren. Bovendien is de kwestie zelve meer eene zaak, welke het Gemeentebestuur aangaat, aangezien het eene wijze van benoeming betreft.

De heer v. d. Yeke doet opmerken, dat-deze benoemingskwestie juist de oorzaak is, dat zijne vereeniging zich tot de Staatscommissie beeft gewend. Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft nl. hierover reeds gecorrespondeerd met de Ministers van Financiën en Binnenlandsche Zaken, die ook van meening bleken te verschillen. Eerstgenoemde bewindsman kon nl. goedkeuren dat eene benoeming van belanghebbenden werd geformuleerd als eene -benoeming bij het Lager Onderwijs, terwijl door den Minister van Binnenlandsche Zaken eene benoeming aan een bepaalde school werd vereischt. Een verzoek aan het Gemeentebestuur gedaan, om de aanstellingen te wijzigen met het Oog op de pensioensbelangen, kon wegens die óneenigheid, niet worden ingewilligd; nog steeds wordt over de kwestie onderhandeld en dreigt gevaar voor de aanstaande pensioenen.

Spreker wij st er op, dat de maatregelen door het Gemeentebestuur indertijd genomen, dateeren van vóór het jaar 1900, dus lang vóór de invoering van de P. W. G. A. '13. Eene wijziging zou voor de belanghebbende gymnastiekonderwijzers misschien mogelijk zijn, zoódat zij in iedere betrekking afzonderlijk werden gepensionneerd; tot nu toe is op de bestaande aanstelling nog geene aanvrage om pensioen gedaan, zoodat de te nemen beslissing niet bekend kon zijn.

Spreker zet uiteen, dat de gymnastiekonderwijzers vroeger te Amsterdam in ééne betrekking werden aangesteld om les te geven aan een dubbele school op een vast salaris. Kreeg men geen dubbele school, dan werd men tegelijk benoemd aan twee enkele scholen. Door de uitbreiding van het aantal scholen werden echter voor iederen gymnastiekonderwijzer meer dan twee scholen aangewezen. De uren der in dienst zijnde onderwijzers werden in aantal gehandhaafd, doch d^or de uitbreiding kregen zij een nieuwe aanstelling en kwamen

Sluiten