Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UI VERGADERING

van de Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, inzake bet burgerlijke pensioenwezen, op Vrijdag 22 Februari 1918, 's middags om 12£ uur, in het ' gebouw der Pensioenraden te 's GraTenhage.

Afwezig- met kennisgeving de heeren prof. Sdyling en dr. Snoeck Henkemans.

Tot het mondeling toelichten van hare schriftelijke wenschen inzake het pensioenwezen is uitgenoodigd de Vereeniging voor spraak gebrekkige en achterlijke kinderen te Amsterdam, welke vereeniging vertegenwoordigd is door den heer P. de Vos.

Deze betuigt z'n dank voor de gelegenheid aan zijne vereeniging verschaft, om hare wenschen nader toe te lichten. Spreker wijst er op, dat vereenigingen als de zijne zich met moeite kunnen staande houden en de Regeering heeft te haren opzichte een schuld af te doen, die reeds jaren wacht. ' Toen de wet-Kijyper werd aangenomen, wérden alle onderwijzers bij het L. O., die naar den anderen tak van het onderwijs overgingen, van hunne aanspraken op pensioen beroofd. Nadat door den beer Dolk een amendement was voorgesteld, heeft de Minister verklaard, dat in die pensioenen op een andere wijze moest worden voorzien. In hetzelfde Staatsblad van 4 Mei 1905 heeft spreker gelezen, dat voor de bedoelde ambtenaren eene regeling zou worden getroffen, waarna het weinig moeite zou kosten om ook' ten opzichte van die pensioenaanspraken eene regeling te oiftwerpen. Spreker wijst er op, dat in Amsterdam ± 50 onderwijzers zijn, die in de termen vallen. Thans, nu, aan de onderwijzers bij spreker's vereeniging en dgl. geen zekerheid voor de toekomst bestaat, is het uiterst moeilijk om goede leerkrachten te vinden, hetgeen ook fnuikend is voor het onderwijs zelf. De inrichtingen, waarin dit speciaal soort van onderricht wordt gegeven, worden in hare uitbreiding belemmerd. Van veel gewicht is het voor dit soort van onderwijs, dat de leiding in handen van particulieren blijft. "Wetenschappelijk hoogstaande particulieren, die in dit onderwijs belang stellen, willen er zich voor interesseeren, doch ze'worden in hun'streven belet, doordat de onderwijskrachten geen pensioen kan worden verzekerd. Daarbij komt kómt nog, dat het Rijk subsidie verleent, dat er toezicht wordt uitgeoefend van wege het Rijk en dat men zich dus aan het Rijk verbonden gevoelt. Het ware te wenschen, dat één der Kamerleden voor deze kwestie gebruik maakte van* z'n recht tot initiatief!

De Voorzitter, de heer von Weiler, doet opmerken, dat de Regeering altijd van bet standpunt uitgaat, dat, zoodra voor een tak van onderwijs een wettelijke regeling is getroffen, ook de pensioenaanspraken daarna kunnen worden vastgelegd. "Wenschelijk zal het dus zijn, indien in die richting bij het Departement van Binnenlandsche Zaken aandrang wordt uitgeoefend. '

Sluiten