Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hond zou daarom ook gaarne zien, dat in verband met bovenstaand verlangen, de onderwijzers op 60-jarigen leeftijd den dienst moeten verlaten; ook dit verlangen wordt door andere groepen van ambtenaren gedeeld. Eene dergelijke bepaling zal misschien minder ten voordeele der onderwijzers strekken dan wel in het belang van het onderwijs zelf.

Als derde wensch van den Bond bréngt spreker de verhooging der pensioenen naar voren, waaraan dringend behoefte bestaat. In afwijking van andere organisaties vraagt spreker's bond om de pensioenen te bepalen op 100 pet. van het laatste loon. Hierbij is overwogen, dat het Bijk zijne ambtenaren slecht betaalt en dat de ambtenaar moeite heeft om zich in zijn stand door het leven te slaan. Vele ambtenaren doen daarom in tijden, waarin de zorg zeer groot is, moeite eenige bijverdienste te verwerven,een noodzakelijk gevolg van het lage peil der salarieering. Door het geven van lessen is die bijverdienste voor de onderwijzers gewoonlijk nog gemakkelijker te krijgen dan voor de andere ambtenaren, doch wanneer de onderwijzer ouder wordt vermindert wel is waar gewoonlijk de zorg voor het gezin, doch de bijverdiensten houden geheel op. Het is den onderwijzer niet mogelijk om na zijne pensionneering — op 65-jarigen leeftijd —- met eeu pensioen van 2/3 deel van zijn wedde rond te komen. Spreker vraagt of het billijk is, dat iemand, die gepensionneerd' wordt na zijn levenskrachten in dienst van den Staat te hebben verbruikt, zich zóó moet verminderen. De ambtenaar leeft voortdurend onder een financieelen druk en ondergaat bij pensionneering eene vermindering van inkomsten, die hij niet verdient. Spreker legt vervolgens ten bewijze dat zijn tweede en derde wensch in verschillende landen min of meer worden verwezenlijkt, een tweetal staatjes over, van den vol-' genden inhoud:

I. Ouderd\rriispetnsioen.

„Onderwijzers bebben recht op ouderdomspensioen"

in: na dienstjaren: op leeftijd van:

1. Pruisen 45 65

2. België 30 55

3. Bohemen 40 —

4. Bulgarije 25 45

5. Spanje 20—25—30—35 —

6. Italië 25

7. Luxemburg1) 30 60

8. Frankrijk 25 55

9. Bazel M

10. Zürich 30

11. St. Gallen 2) 65

12. Waadtland 3) 30 60

13. Genéve 25 50

14. Nederland 40 65

II. Hoogste bedrag van het pensioen, uitgedrukt in percenten van het salaris.

1. Pruisen 75 na 40

2. Baden 75 „40

3. Saksen 80 „ 43

4. Wurtemberg 925 ,45

5. Hessen 100 ,, 52

6. Saxen Weimar 80 ,,43

7. Oldenburg 90 „50

1) Onderwijzeressen na 25 dienstjaren op 55 jaar.

2) Onderwijzeressen op 60 jaar.

3) Onderwijzeressen op 55 jaar.

Sluiten