Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. Brunswijk 80 na 41 jaar,

9. Saxen Koburg Gotba 100 ,,53 „

10. Anbalt 100 „50 „

11. Schwarzburg S. en K. 80

12. Eeuss o. 1. 80 „ 41 „

13. Reuss ji is 80 — „

14. Schaumburg Lippe 80 „ 45

15. Lippe 80

16. Lübeck 75 ,, —

17. Hamburg 100 51

18. Bremen 80

19. Elzas Lotharingen 75

20. Eohemen 100 „ 40 „

21. Bulgarije 80 „32 „

22. Nederland 662/3 „ 40 „

In de vierde plaats verzoekt'spreker, dat tijdelijke diensten, door onderwij zeis bewezen, mee zullen tellen voor de pensio enb erekening.

De Voobzitteb wijst er op, dat voor onderwijzer de eisch van vastheid van het dienstverband feitelijk niet bestaat, tijdelijke diensten konten steeds in aanmerking bij de berekening van die pensioenen, spreker vraagt of wellicht bedoeld worden de tijdelijke voorzieningen door Burgemeester en Wethouders, die dragen echter een speciaal karakter.

De heer Hart meent, dat een uitspraak, gedaan in hoogste ressort, heeft verklaard, dat tijdelijke onderwijzers niet zijn onderwijzers in den zin der wet.

De Voobzitteb. doet opmerken, dat die uitspraak eene salai'isquaestie betrof, niet eene pensioenaangelegenheid; de benoemingen dpor B. en W. zijn i. c. zeer provisioneel, de aanstellingen moeten steunen op een Raadsbesluit.

De beer Ossendobp zou dan gaarne zien, dat die tijdelijke diensten, bewezen op aanstellingen door Burgemeester en Wethouders, bij de berekening der pensioenen in aanmerking kwamen. Het instituut der tijdelijke leerkrachten is zeer uitgebreid, ze zijn gewoonlijk goedkooper. Er wordt zoodoende groot misbruik van gemaakt. Spreker geeft de navolgende cij f ers:

Utrecht had in den aanvang van 1917 op een vast personeel van + 350 man 46 tijdelijken in dienst. In den Haag hadden in 1916 1700 benoemingen van tijdelijke onderwijzers plaats.

In Amsterdam werd in 1916 f 134 228. aan salarissen van onderwijzera betaald, waarvoor de gemeente bij een gemiddeld salaris van f 750 (het salaris der tijdelijke loopt van f 600 tot ï 900) ruim 150 tijdelijke leerkrachten een vol jaar in dienst kon hebben.

De Voobzitteb doet opmerken, dat hiermede niet het bewijs geleverd is, dat die onderwijzers ook langen tijd in tijdelijken dienst bestendigd Worden, dan eerst ware van misbruik te spreken.

De heer Ossendobp vermeld dan, dat hem bekend is, dat o. a. in Groningen sommige onderwijzers 9 jaar tijdelijk bleven, in Utrecht 2, 3 en 4 jaar, in Egmond één gedurende 4 jaar en 2l/2 maand. In Amsterdam waren tijdelijke onderwijzers met 9 jaren dienst, die eerst daarna in eene vaste betrekking werden benoemd.

De heer Haet doet alsnog opmerken, dat dit „tijdelijk ;n dienst houden" dikwijls wordt gemotiveerd met een beroep op reorganisatie of dreigende opheffing der school.

Het Bestuur heeft nader verklaard met deze notulen accoord te gaan.

De Voorzitter,

1) Tot een maximum van frs. 4000.

Sluiten