Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vTo VERGADERING

van eene Subcommissie, gevormd uit de Staatscommissie, tot herziening der niet-militaire pensioenwetgeving, op Zaterdag 22 Juni 1918, 's morgens om 10 uur, in het gebouw der Pensioenraden te 's Gravenhage.

• Tot toelichting harer wenschen inzake de pensioenwetgeving is uitgenoodigd de „Vereeniging van Loodsen", welke vertegenwoordigd is door de heeren H. de Neef, W. Leeuwkik en B. G: Schuitenmaker.

De Voorzitter doet opmerken, dat hij gaarne de gelegenheid heeft willen geven tot eene mondelinge bespreking, doch dat deze Staatscommissie zich slechts bezig houdt met de niet-militaire pensioen wetgeving, terwijl de loodsen in dit opzicht tot de militairen worden gerekend.

De heer de Neef zegt, dat deze omstandigheid hem bekend is; doch dat zijne vereeniging toch gaarne met deze Staatscommissie in verbinding wilde treden, omdat het loodspersoneel zich juist gaarne van die militaire pensioenwetgeving bevrijd wilde zien. De loodsen gevoelen zich niet als militair, zij hebben noch militaire rechten noch Verplichtingen, hunne betrekking, waarvoor zij den eed afleggen, is eene ambtelijke. Hunne functie bestaat niet alleen in het naar buiten en naar binnen brengen van schepen, zij hebben ook ambtelijke verplichtingen en wenschen daarom ook ambtenaar te worden. Vroeger werden de oorlogsschepen gedurende de zomeroefeningen van loodsen voorzien, nu niet meer en zijn de loodsen nu speciaal aangewezen voor de koopvaardijvloot en dus uitsluitend ten .dienste van den Handel. Spreker wijst er op, dat de loodsen gaarne bereid zijn voor hunne pensioenen bijdragen te storten, zij zijn dan althans gegarandeerd een pensioen te ontvangen, dat evenredig is aan hunne inkomsten. Om hun wensch vervuld te zien, zijn door de vereeniging reeds meermalen stappen gedaan. Zoo hebben de loodsen op eene audiëntie in 1916 bij den Minister van Marine hunne wenschen uiteengezet. In 1917 volgde op 23 October eene conferentie op het Departement van Marine, waarbij aan de vereeniging werd medegedeeld, dat het tot stand komen van eene nieuwe wet wel plm. 4 jaren zou duren en dat aan die wet geene terugwerkende kracht zou worden toegekend. De inspecteur-generaal voegde er echter bij, dat wel een verhoogd standspensioen met terugwerkende kracht te verwerven was. Met het oog op de belangen der oude kameraden en omdat de pensioenen, speciaal die der weduwen van het loodspersoneel, zóó laag waren, werd door de vereeniging dit laatste voorstel gekozen. Nu echter die verhoogde standspensioenen zoo bitter zijn tegengevallen, heeft de vereeniging besloten opnieuw ernstige pogingen in het werk te stellen om voor, hare leden een ambtenaarspensioen te verkrijgen. Spreker wijst er op, dat op de marinebegrootmg jaarlijks voorkomt een post geamortiseerde schuld ten bate van de , loodspensioenkas, het ware wellicht mogelijk daaruit een pensioenfonds te vormen.

Sluiten