Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De heer Schuitenmaker wijst er op, dat vroeger de loodsen tegenover andere ambtenaren in eene gunstige conditie waren, vooral ook, omdat door hunne weduwen aanspraak op pensioen kon worden gemaakt. Langzamerhand echter is die positie gewijzigd en thans vormen zij de klasse, die op de slechtste voorwaarden gepensionneerd wordt. In verhouding tot andere, zijn de loodspensioenen bedroevend laag en namens de loodsen uit het noordelijk deel van het land sluit spreker zich gaarne aan bij den wensch door den heer de Neef geuit naar ambtenaarspensioen.

De heer Scholtens vraagt, of, indien de standpensioenen werden verhoogd, de loodsen toch eene regeling, als voor de burgerlijke ambtenaren, zouden verkiezen.

De heer Leeuwrik antwoordt, dat loodsen met verschillende salarissen thans recht hebben op eenzelfde pensioen. Geene Begeering of Staatscommissie zal, naar spreker's meening, voorstellen kunnen doen, waardoor de standpensioenen tot op eene voldoende en voor ieder billijke hoogte worden gebracht. De loodsen wenschen gepensionneerd te worden naar verhouding van hunne salarissen.

De Voorzitter, meent, dat de loodsenvereeniging het beste zal doen met het indienen van een request en het vragen eener audiƫntie. Men zal er dan op moeten aandringen, dat de opdracht aan deze Staatscommissie gegeven, zoodanig wordt uitgebreid, dat ook de loodspensioenwetgeving onder hare werkzaamheden wordt gebracht. Spreker en ook de heer Scholtens wijzen er inmiddels op, dat de, als ambtenaar te verkrijgen, pensioenen aan de loodsen wel eens tegen zouden kunnen vallen.

De heer de Neef doet opmerken, dat meermalen is gezegd, dat het voor de loodsen een prikkel is, om door ijver in de gelegenheid te zijn gesteld meer verdiensten te maken. Spreker wil er op wijzen, dat die z.g. prikkel overbodig te achten is: de loodsen beschikken over eene voldoende plichtsbetrachting, terwijl, zoodra een enkele financieel gunstige maand is gemaakt, het percentage, dat het nauwste verband houdt met hunne inkomsten, dadelijk wordt verminderd. Voorts doet spreker opmerken, dat de loodsen niet zoo weinig ontwikkeld zijn als dit vaak wordt voorgesteld, zij zijn b.v. oyer 't algemeen verschillende vreemde talen terdege machtig. Ben en ander is ook in de Staatscommissie-STORK naar voren gebracht, omdat wedde en pensioen zoo nauw samenhangen.

De heer Leeuwrik wil er nog op wijzen, dat de weduwenpensioenen der loodsen zoo bijzonder laag zijn, terwijl weinige ambtenaren zoo'n gevaarlijk beroep uitoefenen, waarin de kansen zoo groot zijn om weduwen achter te laten.

De Voorzitter wijst er op, dat, gelijk hij reeds zeide, de vereeniging moet pogen te verkrijgen, dat de taak dezer Staatscommissie ook met het loodspensioenwezen wordt uitgebreid. Met het thans besprokene zal dan rekening worden gehouden. Spreker adviseert een request daartoe te richten aan de Koningin en, naar aanleiding daarvan, aan de betrokken Ministers eene audiƫntie te verzoeken.

Het Bestuur der vereeniging heeft nader verklaard met deze notulen accoord te gaan.

De Voorzitter,

Sluiten