Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grondwet der Russische sovietrepubliek (Het Vrije Woord, aflevering Augustus — September 1918) bepaalt in artikel 9 „De „Sovietrepubliek verklaart den arbeid tot een plicht van alle bur„gers der republiek en zij verkondigt de leuze: die niet werkt, „die zal niet eten."

Een ander ideaal der socialistische arbeiderspartij is, dat de arbeiders de controle en de heerschappij zullen hebben over de productiemiddelen.

Waar Lenin zelf de leiding van specialiteiten in verschillende takken van kennis, techniek en ondervinding bij de transformatie tot het socialistisch productie-stelsel niet kan ontberen, daar spiegelt hij zich ongetwijfeld aan de ondervinding, opgedaan tijdens de Russische revolutie van 1905, waar de arbeiders van LODZ, het Russische Manchester, de fabriekseigenaren hadden verjaagd en de leiding der fabrieken in eigen handen hadden genomen. Deze fabrieken bleken echter „leere Hülsen" te zijn, doordat de arbeiders die onmogelijk verder drijven konden. De heerschappij der arbeiders eindigde daarmede, dat zij die heerschappij weer aan de fabriekseigenaren aanboden en zich wederom naar hunne bevelen voegden met de verklaring: „wir sehen es ein, jetzt seit ihr wieder die Herren" (Bernstein. Der Revisionismus in der Sozialdemokratie, pag 24).

Volgens het Nederlandsche Burgerlijk Recht verbindt de arbeider zich om in dienst van den werkgever tegen loon arbeid te verrichten. Deze definitie blijft juist, wie ook de werkgever zij, de particulier, de kapitalistische organisatie, de staat of de gemeenschap in den ruimsten zin. De nakoming van die verplichting tot arbeiden wordt bevorderd langs economischen weg door eene natuurlijke toepassing van het principe, loon naar werken- en wettelijk door civielrechtelijke sanctie en ontslag als straf op plichtsverzuim en insubordinatie (welke laatste in strijd is met de verhouding van dienstbetrekking). Het staangeld vormt eene waarborgsom, waarop de werkgever schade kan verhalen.

De productiemethode bij de volken en stammen op Java, om ons daarbij te bepalen, is geheel afwijkend van die in Westersche landen. De Javaan bebouwt zijn sawah in streken waar communaal grondbezit regel is, zoowel als in streken waar individueel grondbezit voorkomt, niet met behulp van betaalde landbouwarbeiders, doch met de hulp van zijn desagenooten of buren, die ook op zijne medewerking wederkeerig aanspraak maken.

Levert de sawah een misgewas, dan lijden allen gebrek, is de oogst overvloedig, dan komt niemand tekort. Javaansche grootindustrie is, evenals Javaansche kapitaalvorming, onbekend.

Het Javaansche kleinbedrijf heeft geen beteekenis voor het internationale ruilverkeer.

Sluiten