Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door invoering van het cultuurstelsel is de Javaansche bevolking met grootlandbouwbedrijf in aanraking gekomen.

De bevelen van het Gouvernement om daartoe arbeid te leveren, golden echter niet het individu, doch meer de geheele desa.

De productiviteit van den bodem voor Javaansche cultures beschikbaar, is voorzoover bekend nooit noemenswaard toegenomen. Het cultuurstelsel heeft den Javaan niet geleerd, voor eigen rekening koffie en suiker voor de wereldmarkt te produceeren.

Sedert de invoering van de Nederlandsche Wetboeken in 1848, is den Javaan de gelegenheid geopend, zich middels vrijwillige onderwerping aan de wetten, voor Europeanen te bedienen van de associatie-vormen daarbij geregeld, tot het bijeenbrengen en productief maken van kapitaal.

Eerst in den allerlaatsten tijd ontstaat bij organisaties als de Sarikat Islam, die meer een politiek dan een economisch karakter dragen, de begeerte naar exploitatie met Javaansch kapitaal van landbouwperceelen op het voorbeeld der Europeesche landbouwindustrie.

Bij het K.B. afgekondigd in Stbl, 1917 No. 12 is artikel 13 van de Wet der Algemeene Bep. van Wetgeving van Nederl. Indië ingetrokken, en een uitvoerige regeling betreffende de onderwerping van Inlanbers aan het voor Europeanen vastgestelde burgerlijk en handelsrecht daarvoor in de plaats gekomen. Behalve eene algemeene en een gedeeltelijke onderwerping aan die bepalingen kent die nieuwe wet ook de onderwerping voor een bepaalde rechtshandeling en zelfs eene automatische toepasselijkheid in het geval van art. 29 dat bepaalt als volgt:

„Zoo dikwijls Inlanders en met hen gelijkgestelden eene in „het burgerlijk of handelsrecht der Europeanen geregelde rechtshandeling verrichten, die in het voor hen geldende recht niet „is geregeld, worden zij verondersteld zich vrijwillig te hebben „onderworpen aan de desbetreffende, niet op hen toepasselijke „voorschriften van het burgerlijk en handelsrecht der Europeanen." Gemakkelijker en eenvoudiger kan het niet. Zonder eenige formaliteit kunnen Inlanders voortaan gebruik maken van de associatie in den vorm der Naamlooze Vennootschap, die zoo bij uitstek geschikt zou zijn voor het aanwenden van Inlandsche spaarpenningen tót vorming van bedrijfskapitaal voor zuiver Inlandsche ondernemingen, b. v. naar het model van de Europeesche landbouwindustrie.

Aan de Londensche markt zijn voor groote sommen ponds-, dollars- en shilling-shares in rubbermaatschappijen uitgegeven. De spaarpenningen van den Engelschen arbeider vormen dus waar-

Sluiten