Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. OVERZICHT VAN DE GESCHIEDENIS, EN VOOREN NADEELEN VAN HET POENALESANCTIE-STELSEL.

Wij hebben scherp te onderscheiden de geschiedenis der particuliere Europeesche industrie in Nederlandsch-Indië in streken,

a. waar plaatselijk voldoende arbeidskracht voorhanden was en

b. in streken waar met geimporteerde arbeidskracht gewerkt moest worden.

In het algemeen is het juist te zeggen, dat de geschiedenis der Enropeesche industrie is de geschiedenis van het arbeidsvraagstuk en van de poenale sanctie in de arbeidsregeling.

i. JAVA. Behoefte aan dwangmaatregelen is vanaf het ontstaan der particuliere nijverheid op Java steeds gevoeld, behalve in den tijd toen zij zich de zeden, door het cultuur-stelsel ingevoerd, ten nutte maakte en geen overeenkomsten sloot met de werklieden individueel, doch met de hoofden der bevolking, die ~op eigen wijze voor de nakoming daarvan wisten te zorgen.

Ook na 1858, toen „vrije arbeid" (waarmede men destijds individueelen arbeid bedoelde) bevorderd werd, bleef de oude practijk voortleven, totdat in 1860 inmenging van Europeesche en inlandsche Bestuursambtenaren in aangelegenheden van „vrijen arbeid" werd verboden. Daarmede ontstond tegelijkertijd de behoefte aan dwang tot nakoming van verplichtingen der arbeiders.

In 1861 erkende de G. G. PAHUD: „dat de ondernemers menige bescherming noodig hadden tegen de kwade trouw of de lichtzinnigheid der inlanders", doch eene poging om politioneele straf- of dwangmaatregelen in te voeren, stuitte af op den tegenstand van den Procureur-Generaal RAPPARD.

In een ontwerp „Cultuurwet" van 1862 (Minister UHLENBECK) kwam eene strafbepaling voor op het niet verrichten van arbeid waarop voorschot is ontvangen. Het ontwerp werd niet overgenomen door den liberalen Minister FRANSSE VAN DE PUTTE.

Wel is waar ontstond met den vrijen arbeid tevens de noodzakelijkheid om middels voorschotten den vrijen arbeider aan het werk te krijgen, doch de liberalen van die dagen waren consequente aanhangers van onthouding in alle economische aangelegenheden. (Laisser faire). Ieder werkgever moest maar zelf weten of hij voorschotten wilde geven of niet.

Sluiten