Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baarstelling van voortgezette weigering om te arbeiden en terugbrenging met den sterken arm van den deserteur naar de onderneming.

Deze bepalingen vormen ook de kern van de koelieordonnanties voor de Oostkust van Sumatra. (Wij brengen even in herinnering, dat toen bij K, B. van 1879, art. 2 No. 27 van het pol. str.-regl. voor geheel Indië werd afgeschaft, de Koninklijke Wetgever aan den Indischen Wetgever opdroeg, voor 'de Oostkust van Sumatra, welke de bescherming van dit artikel reeds toen niet missen kon eene speciale arbeidsregeling in het leven te roepen, waarvan de eerste K. O. van 1880 het gevolg was).

Het DIRECTE gevolg van het P. S. stelsel, overal waar dit is ingevoerd, was het ontstaan van eene reusachtige landbouwindustrie en ontwikkeling van onontgonnen gewesten op groote schaal. Het voortbestaan en de verdere ontwikkeling daarvan is ongetwijfeld afhankelijk van ook in de toekomst wettelijk gewaarborgde arbeids- en bedrijfszekerheid.

Het INDIRECTE gevolg daarvan was, de opvoeding van den arbeider tot geregelden arbeid (beroepsarbeider), die geen toepassing van strafbepalingen meer noodig had om aan het werk gehouden te worden, daar de preventieve werking daarvan, voor arbeiders met eenige dienstjaren, volkomen afdoende was.

Waar aan de eene zijde het voortbestaan der Europeesche industrie zoowel door de Regeering als ook door anderen die de ontwikkeling van Ned.-Indië in nationalen zin voorstaan, erkend moet worden als te zijn een landsbelang, daar kan aan de andere zijde toegegeven worden, dat onder werking der P. S. zich een kern gevormd heeft van beroepsarbeiders, die beschikbaar is voor de landbouwindustrie en die op de opvoeding van de groote massa's nieuw aan te werven ongeschoolde arbeiders, grooten invloed kan Uitoefenen.

Uit niet geheel te controleeren opgaven zou blijken dat elk jaar slechts 20 % van de koelies die daar recht op hebben repatrieeren, en dat van de gerepatrieerden 75 °/0 weder naar de Oostkust terugkeert.

De omstandigheden zijn dus wel eenigszins veranderd en zijn nu van dien aard, dat zij bij plannen tot afschaffing der P, S. gewicht in de schaal kunnen leggen. Toch mogen wij niet vergeten, dat de Oostersche arbeider en het milieu waaruit hij voortkomt, evenmin na als voor de afschaffing der P. S. belangrijke wijziging in aanleg en karakter zullen vertoonen.

Waar zelfs de Europeesche arbeider het niet buiten tucht en (indirecten) dwang kan stellen, is het behoud van dergelijke tuchten dwang-maatregelen voor den Oosterschen arbeider te meer noodzakelijk.

Sluiten