Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, zoodat de „planters voldoenden tijd" hebben om zich op dien verkorten contractduur voor te bereiden. (No 15) Als alle koelies eenmaal „vrije arbeiders" zijn, kan BESPROKEN worden, of de regeling voor vrije arbeiders in Stbl. 1911 No. 540 (waarbij alleen den werkgever, niet den werknemer verplichtingen worden opgelegd), al dan niet voldoende is. Wellicht zal dan de „Banjoewangi regeling" worden aanvaard. (No. 17). Onmiddellijke afschaffing van reëngagementscontracten met P. S. is niet raadzaam met het oog op de minder kapitaalkrachtige Mijen, omdat de immigratie-kosten zoo hoog zijn (is hierbij verondersteld dat de reengagements-koelies na opheffing der P. S. bepalingen in massa zullen weggaan ?). (No. 18) Werving op Java van „vrije arbeiders" is ook nu reeds mogelijk volgens § 8 der voorschriften tot uitvoering der Wervings ordonnantie. ~ (No. 20) Uitbreiding van het aantal woningen zal dadelijk ter hand genomen worden, want men neemt algemeen aan, dat EEN contractant TWEE vrije arbeiders vertegenwoordigt. (No. 21) Voorstel tot afschaffing reëngagements contr. na 4 jr. en van immigratie contr. na 7 jaar met eenige overgangsbepalingen enz. (No. 25) P. S. contracten van Chineezen blijven gehandhaafd, totdat voldoende „Javanen-nederzettingen" aanwezig zijn om de Chin. veldkoelies te vervangen. Trouwens voor Chin. veldkoelies schijnt de preventieve werking der P. S. voldoende te zijn. Zij worden zelden bestraft.

IN DEN GELEIDEBRIEF VAN DEN DIRECTEUR

VAN JUSTITIE ddo. 4 Juni 1918, wordt de intrekking der P. S. bepalingen intusschen geheel los gemaakt van het al dan niet slagen van kolonisatie proeven. Verder laat die departementschef zijn oorspronkelijk voorstel, afschaffing P. S. na 7 jaar in eens, met het oog op de bezwaren van den Raad van Indië varen, en vereenigt zich met het voorstel VAN LIER, doch laat geheel in het midden of ZHEdG. dezelfde verwachtingen heeft als de heer van Lier over de te nemen proeven met nederzettingen van vrije arbeiders.

Het was de bedoeling van den Directeur van Justitie, hierop het advies van de Plantersvereenigingen te vragen.

De . nota van Lier maakt gebruik van een tegenstelling, en stelt „vrije arbeiders" tegenover contractarbeiders. Deze vrije arbeiders zijn die, bedoeld bij Stbl. 1911 No. 540, wier verplichtingen bij de wet niet beschreven zijn.

Deze tegenstelling is onjuist en leidt op een dwaalspoor. Tegenover arbeiders met een contract met P. S., staan arbeiders met een contract zonder P. S. Dat wil niet zeggen, dat vervanging dier P. S. door andere doeltreffende rechts- en dwangmiddelen uitgesloten is. Intusschen, in de nota van Lier wordt

Sluiten