Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze cyfers wijzen op eene enorme mutatie en evenredige daaraan verbonden kosten, die aan tusschenpersonen tusschen de koelies en de werkgevers ten goede komen.

De heer GALLAGHER (zie pag. 5 brochure) bedoelt deze regeling aan te bevelen, wanneer hij zegt: ,

„de plantersgemeenschap moet er ten sterkste op aandringen, dat het nieuwe systeem gebaseerd zal zijn op de totale afwezigheid van eenig

contract Zij moeten zien te voorkomen dat zij door kort'

zichtigheid en onervarenheid gedwongen worden tot een onbillijke regeling, waarbij hun nuttelooze, hinderlijke en schadelijke verplichtingen worden opgelegd, (behoort daartoe ook verplichte terugzending van koelies?) «Misplaatste en weekelijke sentimentaliteit werkt op den duur altijd schadelijk op beide partijen."

Behalve de Heer W. J. Gallagher, hebben ook andere autoriteiten op cultuurgebied, zoowel in Europa als in dit gewest, «elfs hooge ambtenaren (de heer H. Lulofs), zich ten gunste van het systeem van den Labour Code uitgesproken. Het behoud der P. S. bepalingen vormt voor die voorkeur zeer zeker het hoofdmotief. Intusschen beoordeelt men het stelsel verkeerd wanneer men in het behoud der P. S. in dat systeem de hoofdzaak ziet.

Volgens mededeelingen van kenners van Straitstoestanden, worden de P. S. bepalingen in de S. J5. nooit toegepast en zijn de planters niet eens bekend met het bestaan ervan,

Wat meer is, de z.g. afschaffing van „Indentured Labour" in de S. S. kan niet beschouwd worden als een concessie aan moderner opvattingen, als bij ons aanleiding geven tot een drang naar afschaffing der P. S.. doch is een logisch gevolg van het feit dat de werkgever nimmer met den Tamil-arbeider individueel in contact komt, daar deze gehoorzaamt aan den patriarchalen leider van den groep waartoe bij behoort of waarbij hij zich aansluit.

De Tamil-arbeider treedt daardoor als individu op den achtergrond, niet hij is partij bij de arbeidsovereenkomst, doch de groep waarbij hij behoort, en zijn positie is het best te vergelijken met die van {den Javaanschen arbeider van voor 1860, die door de particuliere industrie niet individueel, maar middels zijn Hoofden en met behulp van Europeesche en Inlandsche bestuursambtenaren desa's-gewijze voor de particuliere industrie werd aaageworven. (Zie boven Hoofdstuk II — Overzicht der geschiedenis).

De strijd voor „vrijen-arbeid", van de jaren 58 en volgende, was juist gericht tegen dit restant van het Cultuurstelsel en was ten gunste van den vrijen-arbeid beslist, toen de Regeering inmenging van Bestuursambtenaren verbood. De Javaansche arbeider is nu goed en wel daaraan ontgroeid.

Sluiten