Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een verstandige en tactvolle A. I. kan in overleg met een dito werkgever door overreding tal van conflicten die daaruit zouden kunnen voortvloeien, voorkomen of bijleggen.

Doch er is meer.

Behalve de arbeiders moeten ook de planters, — administrateurs en assistenten —, zich naar het nieuwe beginsel leeren gedragen. Zooals wij zeiden treedt er nl. een RCEHTSVERHOUDING in de plaats der MACHTSVERHOUDING. De assistent, de manager, die er niet toe kan of wil medewerken om den inlandschen arbeider te gewennen aan de behandeling als van een Europeeschen werkman door een modernen Europeeschen werkgever, die het systeem verstoort en bederft zal moeilijk zijne plaats kunnen behouden in de nieuwe organistatie van den arbeid.

Volgens den Directeur van Justitie zou een overgangstijd van zeven jaren voldoende zijn, om de opheffing der P. S, bepalingen te rechtvaardigen.

De Gouverneur der O. K. v. S. stelt echter voor een termijn van 12 of 13 jaren.

Wij achten het ongeraden zich te wagen aan eenige voorspelling, of zich te binden aan eenigen termijn.

De werking der nieuwe regeling zal eerst als effectief gevoeld moeten worden bij het gros der arbeiders, en nauwkeurige statistieken zullen daaromtrent in den loop der jaren licht moeten geven. Bovendien zullen met de inspectie van den Arbeid, welke dienst een groote uitbreiding zal moeten ondergaan, personen belast moeten worden die aan een speciale opleiding het recht ontleenen om als deskundigen in arbeidszaken te worden beschouwd, want de invloed der A. I. is zeer groot, en mag daarom nooit, in averechtsche richting gaan. Waar de wet duidelijk is, mag van willekeur geen sprake meer zijn.

Ook in dit opzicht echter meenen wij door ons voorstel, om den ambtenaar der A. I. met de arbitrale rechtspraak in eerste instantie te belasten, vertrouwen in de toekomst te toonen, dat niet zoozeer zijn grond vindt in de ervaringen in het verleden, als wel in de verwachting, dat de regeering ook hieraan haar volle aandacht zal schenken.

Van de overgangsbepalingen die bestemd zijn in onbruik te geraken, zal het langst, misschien wel altijd gehandhaafd moeten blijven het recht van den bevoegden Ambtenaar der A. I., om ambtshalve den arbeider, wegens contractbreuk door het zich verwijderen van de onderneming met het kennelijk doel daar niet terug te keeren, naar de onderneming te doen terugbrengen.

In de eerste plaats ligt het op den weg der arbeidsinspecteurs om te trachten, partijen tot elkander te brengen, indien de arbeider

Sluiten