Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werken, opruiing, ergerlijk gedrag, insubordinatie, diefachtigheid, herhaalde verstoring van rust en orde op de onderneming, en andere misdragingen van den arbeider.

b) op vordering van den arbeider: wegens bewezen mis leiding bij het aangaan der overeenkomst, wegens mishandeling door den werkgever of zijn met het toezicht belast Europeesch en daarmede in rang gelijkgesteld personeel en andere gewichtige redenen, die naar het oordeel van den arbiter tot ontbinding aanleiding behooren te geven.

c) op vordering van den vader, de moeder of den voogd van den minderjarigen arbeider, indien de overeenkomst voor den minderjarige nadeelige gevolgen heeft, of de voorwaarden, waaronder den minderjarige vergunning tot het aangaan der overeenkomst is verleend, niet nagekomen worden.

Bevordering van huwelij- r\n i , . , , . ,

ken. Tegengaan v,n demo- Ue gehuwde arbeider (ster) wordt beschouwt ten aanralisatie zien van dit artikel meerderjarig te zijn.

d) De arbiter zal tevens bepalen of, en zoo ja, welke vergoeding eventueel aan de klagende partij zal verschuldigd zijn.

Art 24.

1) Ieder der partijen kan de dienstbetrekking zonder opzegging of zonder inachtneming van de voor opzegging geldendende bepalingen doen eindigen, doch de partij, die dit doet zonder dat de wederpartij daarin toestemt, handelt onrechtmatig tenzij zij tegelijkertijd aan de wederpartij eene schadeloosstelling betaalt op den voet als bij artikel 27 is bepaald, of de dienstbetrekking aldus doet eindigen om eene dringende, aan de wederpartij onverwijld medegedeelde, reden.

2) Ingeval korten tijd na de onrechtmatige verbreking der dienstbetrekking de arbeider op nieuw in den dienst van den werkgever treedt worde de dienstbetrekking geacht zonder onderbreking te hebben- voortgeduurd. De dagen, waarop de arbeider niet gewerkt heeft, worden in dit geval als verzuimdagen gerekend.

Art. 25.

Voor den werkgever worden als dringende redenen in den zin van het voorgaande artikel beschouwd zoodanige daden, eigenschappen of gedragingen van den arbeider, die tengevolge hebben, dat van den werkgever redelijkerwijze niet kan gevergd worden, de dienstbetrekking te laten voortduren.

Ned. W. B. a. 1639 o.

. Mei het oog op desertie en daarop gevolgde vrijwilligen terugkeer van den arbeider in zijn dienst.

Dringende redenen <J) voor den werkgever Ned. B. W. 18» p.

Sluiten