Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

161. Fasciculus temporum [auct. Werner Rolevinck]. Erhardus Ratdolt Augustensis impressioni paravit. Venetiis 1484. f°.

8 + 66 bL, Goth. letter, grootendeels in 2 en meer col. Hain 6934. Proct. 4396.

Geen titel; op de keerzijde van het eerste bL opdracht aan Nicolaus Mocenious; tabula 7 bl. in 3 koL Tekst op de genummerde bladen met tal van houtsneden, voornamelijk afbeeldingen van landen en steden, waaronder karakteristieke afb. van Venetië op bL 37verso. Colophon op bl. 65recto. Houtsnee-initialen, waarvan enkele met kleuren bewerkt; rubriceering in rood en blauw tot op bl. 15.

In de opdracht deelt Ratdolt mede, dat hij het werk driemaal gedrukt heeft.

GUenetiaram ciuita»;

162. Joannes de Sacro busto, Sphaericum opusculum GEORGiique Par-

bachii in motus planetarum accuratiss. theoricae. Necnon contra cremonensia in eorundem planetarum theoricas deliramenta Ioannis de monte REGio disputationes. Impr. [Venetiis] mira arte et diligentia Erhardi Ratdolt Augustensis 1485. 4°.—Met houtsneden.

58 bladen (het eerste ontbr.), Rom. letter. Hain-Cop. 14111. Proct. 4402.

Deze uitgaaf verschilt van die van 1482 door het Rom lettertype, het grootere aantal houtsneofiguren, en de volgorde van de stukken. Het eerste werk begint op bl. 2 met opschrift in gewonen zwarten druk, „Noviciis adolescentibus", de theoricae van Qe. Purbachius op bL 3, 2verso, de Disp. van Io. de monte regio op bL 6, örecto.

163. Alchabitius — Libellus ysagogicus Abdilasi id est servi gloriosi

Dei, qui dicitur Alchabitius ad magisterium iuditiorum astrorum: mterpretatus a Ioanne Hispalensi, scriptumque in eundem a Johanne Saxonie editum [a° 1331]. Correctum per Bartholomeum de Alten de Nusia. Impr. arte et diligentia Erhardi Ratdolt de Augusta, imper. Johanne MocenicoVenetiarum duce. Venetiis 1485. 4°. — Met houtsn.

98 bladen, Rom. en Goth. letter. Hain 617. Proctor 4400.

Op de keerzijde van het eerste blad een spheer in houtsn. Tal van houtsnee-initialen en nog een enkele houtsneefiguur. De tekst, in Rom. letter, begint met bovenschrift in kapitalen op het 2e blad; het commentaar van Joh. de Saxonia, in Goth. letter, op bL ee4.

Sluiten