Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

191. Petrus Gravina Panhonnitanus, Oratio de Christi ad coelos ascen-

su: habita apud Alex. vi Pont. Max. xvi Maii M.cccc. xciii. s. 1. et a. 4°.

Druk van Steph. Plannck te Rome. 4 bladen, Rom. letter, een houtsnee-initiaal. Hain-Cop. 7925. Proct. 3714. Br. Mus. IV p. 98. Aan het eind een Epigramma van Leonardus Corvinus.

192. Herodianus, Libri octo de imperio post Marcum: vel de suis tem-

poribus: Angelo Politiano interprete. Romae impr. 1493. f°.

54 bl. Rom. letter. Hain-Cop. 8466. Proct. 3976. Br. Mus. IV p. 187.

De drukker wordt als „drukker van Herodianus" aangeduid. Men kent van hem overigens alleen Dio's leven van Nerva en Trajanus, gewoonlijk met Herod. saamgebonden(zie n°. 193). Hain beschrijft alleen Herodianus. Copinger geeft een verwarde beschrijving van de beide boeken, en in zijn 2e deel een betere van Dio. Prootor vermeldt alleen Herod., de cat. Br Mus. beschrijft beide boeken.

Initialen enz. in rood.

193. Dio [Cassius] — Nervae Cocceii Ulpiique Traiani vita ex Dionis reliquiis [Lat. redd.] Boniphatius Bembus Brixianus. S. L et a. [Romae 1493]. f°.

8 bL Rom. letter. Cop. II1985. Br. Mus. IV p. 138.

Op de keerz. van fol. 1 afdruk van eenige inscripties, en eene mededeeling gedat. Romae die VII Ang. 1493. Op foL 2 praefatio van Bembus; vervolgens de tekst, doorloopend tot onderaan f. 8 verso. Dit werk is hier, als veelal, verbonden met Herodianus (zie n° 192).

Initialen enz. in rood.

194. Cicero (M. T.), Epistolae ad Brutum, ad Q. fratrem, ad Octavium,

ad T. Pom. Atticum. T. P. Attici vita per Cornelium Nepotem. s. 1. et a. f°.

Druk van Philippus Pincius te Venetië c. 1494. 182 bladen, Rom. en Grieksche letter. Op bl a ii opschriften en initialen in rood gedrukt. Hain 5212. Proct. 5305.

Voorin: brief van Bartholomasus Salicbtus en Ltjdovious Rbgius, achterin een brief van den laatstgen. aan Augustinus Mapheus. Van dezen een 10 regelig gedichtje op het voorlaatste blad achter Attici vita; het begin luidt:

Quaeque erat altiloqui Ciceronis Epistola bruto

Missa aut ad Quinton: attice sive tibi, Fraude vel Aetatis vitio corrupta iacebat,

Vixque una poterat parte resumpta legi. Providit postquam Latiae costadia linguae, Volvendum tanto vindice surgit opus. Een aantal fraaie houtsnee-initialen; verder opengelaten plaatsen. Voor de Grieksche woorden deels open ruimte, deels een Grieksche letter zonder accenten.

195. Jason Maynus, Ad Serenissimum Maximilianum invict. Romano-

rum regem: in auspicatissimis eius et Auguste Blanchemarie nuptiis. Epithalamion. Actum Inspruch die xvi Martii 1494. 4°.

Toegeschr. aan Steph. Plannck te Rome. 8 bL Goth. letter.

De redevoering eindigt bl.8reoto. Op de keerzijde brief van Raymondus

Card. Curcensis, die den redenaar lof toebrengt en om een afschrift

Yarzoekt, ged. Bononie 8 Sept. 1494.

Sluiten